maandag, november 02, 2015

Mojo-kintsukuroi


Wij denken vaak dat een fout het eind van de wereld is en dat de kunst is om alles heel te houden en we vergeten vaak dat de fout, de vergissing, de barst juist het begin van iets mooiers kan zijn.
Ik wil niemand aanraden om de blunder te begaan die ik heb gemaakt, een poosje geleden. Ik kan heel slecht tegen verlies, zeker als ik aanknopingspunten zie waarmee we hadden kunnen winnen. 
We verloren, een beetje tegen de verwachting in, dat deed zeer en ik had een dag later een analyse gemaakt van een combinatie van fouten die mijn team had gemaakt en ik was op zoek naar de oplossing. Hoe kunnen we de mensen die in vorm zijn, op schot, in de zone, gefocust en gemotiveerd, beter gebruiken als het niet zo goed gaat? 
Die vraag - want een antwoord heb je niet zo een-twee-drie - hield me bezig toen medecoach Pieter op de app vroeg hoe het gegaan was. Nu komt de blunder - doe dit thuis nooit - ik appte, een beetje gehaast en  voor de vuist weg terug.
Hoe stom kun je zijn want je moet weten als coach dat de nuance in zo'n berichtje ver te zoeken is. Een app is geen blog. Ik was slordig in mijn woordkeus en het bericht werd meteen anders begrepen dan ik bedoelde. 
Geloof me, als ik zeg dat ik dit nooit weer zo doe. Ik probeerde het anders te verwoorden, mijn gestuntel goed te maken maar het was al te laat. Onze Mojo, die we zo hoog hebben en die natuurlijk door het verliezen al een tik had gehad, viel in scherven. 
Geloof me dat ik heel slecht heb geslapen en geloof me, ik was de enige niet. Ongetwijfeld had ik zelf minder last van mijn stomheid dan de personen waarvan ik het vertrouwen had beschaamd. Maar fijn was het niet. Dit was wel een hele verzameling scherven En hoe krijg je het dan weer heel? 

Ik geloof normaal wel in foutjes, ik hou van oneffenheidjes, rafelrandjes en dingen die gerepareerd kunnen worden. Een leren lap op een jasjesmouw, een vloer waar een stukje hout in wordt gezet van net een afwijkende hardheid of kleur, een pleister op een knie.
Tekenen van wear en tear, tekenen van leven zijn het. 
De Japanners zijn het met mij eens en ze hebben er zelfs een woord voor dat voor een hele kunstvorm is gaan staan: een kapot gevallen kopje wordt niet weggegooid - de scherven zijn een aanleiding om iets mooiers te maken. Dat doen ze met goud en zilver en het levert de prachtigste effecten op. Kintsukuroi heet dat.

We hadden een gesprek met het team. Picking up the pieces. En het was een goed gesprek. Iedereen kon haar zegje doen, de coach kon de speelsters er weer bij aankijken. Ik voelde me erna weer behoorlijk goed: ik wist weer waarom onze Mojo zo goed was geweest. Dat komt in de eerste plaats door de speelsters zelf. Ze klikken zonder te klitten en ze praten ook echt met elkaar, ze zeggen wat ze bedoelen en luisteren naar wat de anderen bedoelen.

De scherven werden zorgvuldig opgeraapt bij elkaar gelegd en klikten weer mooi aan elkaar. We trainden weer een week om beter te worden en versierden zaterdags de naden met een zilveren randje tegen Grasshoppers voor de beker en afgelopen weekend kreeg de Mojo weer wat meer glans door een van diep weggehaalde overwinning tegen DAS. 

We zullen best nog wel meer dompers en blutsen en deuken krijgen dit seizoen maar we hebben ook weer een mooi kunstje geleerd waar we dan ook weer veel aan zullen hebben. We kunnen echt iets moois maken uit iets wat in duigen valt. 
Zo het 't zeten, zeggen de Grunnegers dan.
Mojo-kintsukuroi zeggen de Uilen met de Japanners.

maandag, september 28, 2015

Forming and norming

Er staat een nieuw uilenteam op de vloer. En ook een oud. Old is old and new is new and somehow the twain must mix. Omarm het nieuwe en behoudt het goede... doe het maar allemaal als coach.
We hebben cultuurdragers die het "hoe we het hier doen enzo" overbrengen op de rookies. Dat is fijn.
We hebben rookies die geweldig rennen en vragen stellen zodat we er allemaal over na moeten denken.
We staan aan het begin. De diverse combinaties worden uitgetest, het wisselschema gaat op de kop. We moeten ons opnieuw formeren.
We proberen het interne coachen van de ervaring aan de jeugd bijvoorbeeld niet aan één persoon over te laten. In de wedstrijd lukt dat, in de training vergis ik me nog wel eens. Aan de ene kant denk ik dan dat er een mooie uitdaging ligt, maar aan de andere kant levert dat nog wel eens wat frustratie op, die weer ten koste gaat van de sfeer en het ritme en dat zijn toch juist onze sterke punten.
Ritme an sich; ook zo'n dingetje: meer mensen op trainen en minder baskets betekent iets langere beurten voordat jou schot weer loskomt. Heel game-like, vind ik aan de ene kant - daar tegenover staan weer iets lagere scores en dus minder zelfvertrouwen? Deze coach wil nou net niet alles regelen.. maar toch is die keerzijde ook heel waar. In elk geval maakt dit me wel heel bewust dat ook van mijn inzet het uiterste gevraagd wordt.
Wat dit seizoen sowieso anders maakt dan het vorige, is dat we nu echt diep kunnen gaan op de training en dat we nu bijna altijd 5-5 kunnen oefenen. We zijn merkbaar veel verder dan vorig jaar om deze tijd.
Wat dit team meeneemt, is het ongekend goed reageren op vragen. Wat gaat er goed, wat niet, wat moet er gebeuren? Wat vraagt dit moment? Ik heb sinds de mannen in de seizoenen 81-84 eigenlijk nooit meer zo'n bewustzijn in het veld meegemaakt.
We hebben ook een nieuwe coach op de bank. Afgelopen zaterdag zijn eerste wedstrijd met ons team. Ging meteen prettig. Hij signaleert dingen die ik niet gezien heb of die door zijn inbreng duidelijker worden. En hij doet ook voorstellen: na een geslaagde aanval die eindigt in een score, zegt hij bijvoorbeeld: "in zo'n situatie zou een press-je goed kunnen!"
Dat vind ik ook en ik heb net tijd om te zeggen: "moet jij nu eens opletten!"
Sommige dingen hoeven we niet te zeggen. Zo'n team, bedoel ik.

zondag, augustus 30, 2015

de vloer op

Wat lekker om al zover te zijn, in augustus.
Vorig jaar wisten we nog niet eens of het het begin van het seizoen wel zouden halen..
Nu hebben we er al zo'n twaalf uur samen op zitten, de inbreng van het nieuwe, jonge spul weldadig laten inwerken en zelfs al aan sfeergevoel gedaan, in een ouderwets legendarisch gymzaaltje getraind en bij een vuurtje gezeten.
En we hebben al behoorlijk out of the box getraind ook... Een persoonlijke ontboezeming: ik heb deze zomer een bijzondere stap gezet. In de week dat we vroeger het NDBC deden, zette ik mijn gezin altijd af in het bos in Drente voor een weekje buitenkunst. Ook na het ter ziele gaan van onze versie van het noordelijkste basketball camp van Nederland, bleef dat een traditie. Na verloop van tijd ging ik zelf ook meedoen aan beeldende workshops, een paar jaar geleden voor het eerst afgewisseld met creatief schrijven. Zingen, dansen, toneel kon ook..... dat is niet mijn ding.
Tot deze zomer: de beschrijving van de bewegingstheaterworkshop "viewpoint methode" deed mijn voelhorens omhoog gaan. Bewegen in groepen volgens procedures, losse protocollen, principes. Dit ging om spelen in heel brede zin! Dit was hoe wij met onze teamsport ook samen zouden kunnen werken! Dit was toegepaste splitvision! Of toch niet? Zal ik wel of zal ik niet?
Ik heb een dag "raar" gedaan... en een heleboel ervaringen opgedaan, die alles met spelen te maken hebben.... Als het uitzaaien van die ervaringen ons de helft op gaan leveren van wat ik nu denk dan wordt het een heel mooie oogst. We passen al energie (of love) door, we gaan al "coalities" aan, we spelen al, dat we al drie maanden in training zijn.... en het eind is nog niet in zicht: De laatste dag van Buitenkunst heb ik namelijk ook nog aan "echt" toneel gedaan en ook daar kom ik nog op terug.... en de muziek - ook niet helemaal mijn ding- is weer de volgende stap.. we zijn nog lang niet uitgespeeld.
Ready for curtain, uiltjes? De vloer op?

vrijdag, juli 17, 2015

Billballogrammen

Bill deed het op zijn manier. En altijd vond hij wel mensen die het op zijn manier wilden doen. Een tijdje liepen ze mee aan de hand van de "guru". En dan werd het wel eens teveel Bill's manier en dan gingen ze hun eigen weg. Meestal om dan later nog eens om te kijken en te zien dat het bij Bill toch ook goed was geweest. Hij drukte zijn stempel op de explosieve groei die basketbal in Stad doormaakte in de jaren 70 en 80. Bill Pijl is er niet meer. Aan Bill's hand kan niemand meer zijn weg vinden, met warmte omkijken is makkelijk.
Ik heb eigenlijk nooit in Bill's kamp gezeten, in elk geval niet toen ik jong was. Want ik deed het ook op mijn manier, hoewel ik niet echt een manier had. Wel anders. Je was van BVG of tegen BVG. Mijn makkers van het "Groninger Coaches Kollectief" (met een K, ja) kregen wel eens een sneer in een "Billballogram", zoals Bill zijn tweets avant la lettre in het programmablad van BVG noemde. En daar reageerden wij dan weer op. Om een eigen manier te ontwikkelen, helpt het ook heel erg als er iemand is, waar je het niet mee eens bent.
Ruim tien jaar geleden gingen we opeens samenwerken op enkele trainerscursussen. Hij, als leraar, functioneerde als specialist en ik, als specialist, moest me richten op het lesgeven van de kandidaten voor de BT4 cursus. Voor ons allebei was dat even wennen en aan elkaar als partner moesten we ook wennen. Maar toen we bij elkaar zaten bleek een grappige parallel, toen we bij hem thuis zagen dat we allebei op dezelfde manier met onze Amerikaanse literatuur omgingen: Bill schreef veel op over het spelletje en ik ook. Bill las veel praatte veel en bleef altijd denken. ik ook. En wat helemaal grappig was: allebei hebben we altijd de stofomslagen uitgeknipt en op de linnen kaften geplakt. Dan kon je de boeken ook echt gebruiken, vonden we en dan konden ze in de sporttas.
Vanaf het moment dat we dat zagen, was het ijs gebroken en hebben we vervolgens ook uitstekend samengewerkt in die trainerscursus. Ik moet hier voor mezelf spreken maar ik denk dat we zelf nog het meeste van die samenwerking hebben opgestoken.
In elk geval bleef daarna altijd de waardering voor elkaars eigen weg - soms met een venijnig grapje -  altijd met een hand en een blik van verstandhouding.

zaterdag, juli 04, 2015

kleding en sieradenlijn?

Het moet maar eens gaan over sportkleding. Ja daar is aanleiding toe door de kijksport bikinivolleybal. (Even terzijde: voor de inspanningen heb ik respect: het spelletje wordt in rul zand gespeeld, waar je heel goed voetenwerk van krijgt, wist u dat? Ik kan me herinneren dat we met Olympia vroeger wel eens een verspringbak hebben gemaltraiteerd... of was dat echt met Uilen?)
Maar we zouden het over kleren hebben.. of het gebrek daar aan.
Een paar weken geleden had ik het met een collega vrouwencoach (geheel toevallig een volleyballer) erover hoe serieus basketball voor vrouwen genomen moet worden. Niet. Vond hij. Als het een serieuze sport was, dan hadden we er wel kleding voor ontworpen, was zijn argument. Daarom krijgt de RUG trots op volleyballgebied een mooie shirtsponsor en moeten de Uilen hun geld op festivals verdienen.

Dit argument had ik nog nooit gehoord... Maar het zette me wel aan het denken en aan het zoeken. Mijn meiden zijn op de hoogte van dit soort dingen en wezen fijntjes op de strakke "onesies" van de Australische basketballploeg en ze beweerden zelfs, dat de Russinnen tegenwoordig in rokjes spelen??? Werkelijk? Net als de (in Nederland) hoogst serieus genomen hockeysport?
Kunt u zich hierbij iets voorstellen? Mijn meiden wel...

Sinds een paar jaar - hoezo basketball in Nederland ontwikkelt zich niet? - is het bij de studentenclubs gebruikelijk met een "lelijke shirtjes-training" het seizoen af te sluiten.
De trots van het Noord Nederlandse basketball, presenteerde hier een geheel eigen visie, door in  jurkjes op te komen draven. (En ja dat hebt u goed gezien: dat ene schattige meisje met baard is gewoon een man, ons onvolprezen trainingsbeest Munky)
Of er een nieuwe kledingsponsor voor de Uilen gevonden was, kopte Ibasketball, een site voor liefhebbers. Nog niet, maar dat willen ze wel graag. En daarbij zijn kortere broekjes niet uitgesloten. Over het aantal centimeters op de heup moet dan nog onderhandeld worden, maar als u belangstelling hebt, zou ik hoog inzetten... smal bedoel ik. Mijn zegen hebt u. Basketballbenen kunnen het daglicht heel goed velen..

Bikinibasketball zal het toch echter niet worden, als het ook nog een beetje aan mij ligt. In het laatste nummer van Psychologie Magazine staat namelijk dat vrouwen slechter presteren in weinig verhullende (lees: blote) kleding. Of het onderzoek de nu gangbare toets van wetenschappelijke integriteit kan doorstaan is twijfelachtig, maar getest is er en blote vrouwen bleken slechter in wiskunde.... Dat zou komen door het ongemak van zich bekeken voelen.
Wij gaan het doen volgens de formule: goed presteren > zelfvertrouwen over wat we laten zien > iets meer been omdat dat dan kan.

En over uiterlijkheden gesproken... weet u nog dat we het over de belangrijkste chemische component van ons spel hadden? Weet u wat de speelster in dat verhaal van haar vriendje als verjaardagscadeautje heeft gekregen? ...... een sieraad in de vorm van een molecuulstructuur..... u mag raden welke molecuul. en spieken in dit blog ergens in januari...

zondag, mei 10, 2015

Rebound rules

Overtuigende verhalen werken ook als ze niet helemaal overtuigen...
Voor de eerste wedstrijd in de final four was alles al gezegd: benchmark defense, niets te verliezen, plezier is ons grootste wapen... Na de wedstrijd van vorige week was er eerst denial: zo dik hadden we niet verloren, dat kon niet... maar tegen de laatste training zat de coach toch danig om een praatje verlegen. Hoe maak je het behapbaar en meteen duidelijk wat de essentie van de laatste pot zou zijn?
De vergelijking met rebounds drong zich op: de schutter hoeft niet te denken dat de bal mis zal gaan maar al haar teamgenoten bereiden zich wel meteen bij 'los"op het ergste voor.
We hadden gemist in die eerste wedstrijd, ondanks het goede gevoel van te voren, en gaan nu met z'n allen voor de rebound.
Coach Rick Pitino (nu Louisville, maar ook Knicks, Kentucky en  Celtics) heeft daar een boekje over geschreven dat al heel lang (nog steeds ongelezen) in mijn kast staat: Rebound rules. Het blijkt eigenlijk te gaan over het omgaan met tegenslagen en over comebacks.
Bladeren voor een ingeving en meteen in het voorwoord vertelt hij over een comeback in 15:30 minuten van een achterstand van 31 punten.. Dat kan natuurlijk geen toeval zijn.
Natuurlijk ga je bij zo'n achterstand niet als coach de knuistjes op elkaar laten leggen en vertellen dat je gaat winnen. Maar het gevoel dat een goede aanval een goede aanval uit kan lokken zeker met tussendoor een goede verdediging, dat gelooft een ploegje misschien wel. En voor de nerds in het team het rekensommetje: elke periode 8 punten inlopen levert 32 op. Ik vertel het de donderdag voor de wedstrijd en ontmoet welwillende halve glimlachjes, de meeste vooral ongelovig. Logisch.
En je weet hoe onwaarschijnlijk het is dat dat ook lukt... maar je weet ook dat hoefijzers boven de deur ook schijnen te werken als je er niet in gelooft..
In Amsterdam, tegen de thuis ongeslagen gebleven koploper blijkt dat we erin geloven. We geloven in onszelf en laten de Uilen zien zoals we dat het hele seizoen geweest zijn: tegen de verdrukking in, tegen elk redelijk denken in, doen we het weer: We geven onszelf de schoten waarop te rebounden valt, we zijn dus bij elke terugkaats-situatie en draaien de meeste in ons voordeel om. Tot de rust draaien we gewoon op dat onmogelijke schema en staan we 17 punten los. In het derde kwart passeren we onze grootste voorsprong: 22 punten. Zal het dan toch? Nou dat dan net niet: We winnen op grootste wijze met 58-48. Dat is niet genoeg voor de finale.
Rebound is geen sprookje: het is gewoon uitstekend gelukte non fictie. Een optelsom van willen, mouwen opstropen, geloven en kunnen. Met een bijzonder gevoel schrijven we zelf een slot aan een verhaal van een bijzonder seizoen. Met onze eigen regels van de rebound.



maandag, mei 04, 2015

ping pong, play offs en water

Een goede oud collega van mij is Jan Vlieg. Jan Vlieg was tafeltenniscoach en -orakel.
Hij beschreef eens, op een sportleidersvergadering, hoe hij de bevrijde Bettine Vriesekoop liet trainen in het Noorderplantsoen. Net zo vaak tegen de heuvel op als een game duurde en dat was toen tot de éénentwintig.... Het eerste klimmetje stond voor een puntje tegen een Belgische, dan eentje tegen een Duitse, een Poolse en aan het eind zaten de Russinnen, Japansen en tenslotte een paar Chinesen. Puntje voor puntje. Twee verschil aan het eind.

Puntjes; daar ging het ook om in de playoffs in de NBA tussen Spurs en Clippers. Basketballers vinden "twee verschil" iets voor mentale watjes. Big shots in game seven. Ik hou erg van het principe van play-offs. Spelen per hele wedstrijd, zo hoort het. Je hoeft een veldslag niet dik te winnen om hem te winnen. Dik verliezen maakt ook niet uit voor je volgende kans. Om het Nederlands kampioenschap bij de vrouwen is het na 3-0 nu 3-2 geworden, dus ook daar kan nog een zevende wedstrijd komen.
Ik zit als coach van de Uilenvrouwen toch een beetje met een kater. Bij ons één niveau lager, gaat het om de punten uit twee wedstrijden. Thuis dik verloren en dan begin je wedstrijd twee met een achterstand. Alsof je halverwege een veldslag onderbreekt en vervolgens van slagveld wisselt. Terwijl je weet, dat je op een goede dag van Amsterdam kunt winnen, al is het misschien maar met één punt.... en dat je dan dus niet kansloos zou zijn.

Even weer terug naar Bettine Vriesekoop. Mooi stuk over tafeltennis en Chinezen van haar hand in de Volkskrant waaruit ik graag even wil citeren:
"Pingpanqiu ..... past bij het zogenaamde 'waterige' Chinese denken. Waterig omdat de Chinese geest zich gemakkelijk aanpast aan alle omstandigheden, zich ervan bewust dat veel handelen in het niet-handelen zit. Zo efficient mogelijk, met zo min mogelijk energie, de tegenstander op het verkeerde been zetten, altijd vanuit het 'zhong', het centrum."
Lao Tse was een tafeltennisser, zeg maar. Maar ook een basketballer. Niet voor niets merkt Vriesekoop op, dat overal in China tienduizenden basketballpleintjes zijn ingericht (daar vast ook niet overal netjes...) Ik zie veel parallellen en voorspel dan ook een grote toekomst voor het Chinese basketball.

Mijn meiden zijn ergens ook wel waterig, vinden doorgaans wel het laagste punt in de verdediging en klotsen daar dan soepel binnen. Onze kans is nu klein, omdat we afgelopen zaterdag teveel speelden  als aparte flesjes water dat helaas pas na de wedstrijd, in de vorm van tranen samenvloeide. Komende week zullen we alles weer als één vormeloze plas bij elkaar gieten en dan doen we in Amsterdam toch maar alsof het nog één wedstrijd is.. Zoals het in basketball hoort.

maandag, maart 30, 2015

dingen die gebeuren

Het rommelt. Er gebeuren dingen in het team.
Ook dingen die echt voor het eerst gebeuren. We stonden als coaches werkelijk met onze ogen te klapperen: Je hebt van die competitieve oefeningen, waarbij de overschakeling naar de volgende fase in de oefening zit ingebakken. Wie het eerst komt het eerst maalt. Ik heb in mijn lange ervaring als coach nog nooit meegemaakt dat als twee speelsters het niet eens zijn wie het eerst komt, er toch eentje gaat malen en de ander gewoon stopt. Nou is die eerste wel een ratje..... maar toch snapt niemand nummer twee en de hele organisatie van de oefening piept en knarst maar gaat op de een of andere manier toch door.... We krabben eens op ons hoofd en kijken elkaar aan....
Iets anders wat bijna nooit gebeurt - dit ongelukkige geluksseizoen in elk geval niet - is dat we twee trainingen achter elkaar 5-5 kunnen spelen. Geweldig leuk en nuttig om de speelsters aan de ene kant te kunnen stopzetten en corrigeren en laten herkansen - en andere andere kant ze in teamverband in hun eigen sop te laten gaarkoken. Beide doen we in deze fase van het seizoen graag, maar onwennig is dat wel. Ze stoppen of ze laten soppen.... wat willen die coaches nou?
De teams mogen de ene keer hun eigen timeouts vullen, een volgende krijgen ze weer input... Hoe hard het moet zeggen we niet... ze merken het toch als de andere partij harder gaat? Het spel golft op training. Maar er is duidelijk ontwikkeling. Mag het overall nog iets harder? Ja. Moet de groep dat ook van binnenuit regelen? Graag.
Ook in de wedstrijd gebeurt dat. Nummer 2 Almonte uit Eindhoven komt voor het eerst op bezoek. We doen het nog steeds zonder Lies - voor het laatst hopen we - en we spelen eigenlijk heel goed. Een van de beste wedstrijden van het seizoen. En ook deze westrijd golft.. Delen hebben we de overhand, dan weer loopt Almonte opeens weer in of weg.
Tot op het laatst is het bloedspannend een schitterende run brengt ons twee voor met weinig op de klok. A whole new ballgame. Taktische beslissingen. Gefocust zijn op winnen is geen garantie voor succes. Een kleine vergissing met grote gevolgen. We krijgen de driepunter tegen en die gaat binnen. Het blijft een tactisch eindspel maar het valt net niet onze kant op.. 73-74.
Leerzaam - de ontwikkeling krijgt weer een zet - maar wel echt balen. Het vervolg op de competitie had zeker gesteld kunnen zijn maar is dat nu nog niet. De drie wedstrijden die nog zijn te gaan, gaan nog ergens om.
En nog iets wat nog niet eerder is gebeurd: de lokale TV kijkt mee! De reporter had een cameraman bij zich die een beetje op leeftijd was, zei hij.... Daarmee kon je nu eenmaal bij slecht weer geen buitensport gaan bekijken........ maandag op OOG.
op 11april weer in het WAS-theater: koploper US. Vast niet weer op TV. De thuisblijvers hebben nu alvast ongelijk.

zondag, maart 08, 2015

bekijken waard

Hee Grunnegers. Wist u dat het vrouwenteam van Groene Uilen echt het bekijken wel waard is? Er gebeuren steeds mooie dingen in de WAS en op de weg. Nu zaterdag laat de ploeg Top 4 concurrent Jugglers weer op onnavolgbare wijze de hielen zien. Een flinke voorsprong werd in de eerste helft opgebouwd met flitsend aanvallen en onverzettelijk verdedigen. 42-25 tegen een ploeg met zoveel ervaring, met meer lengte en met meer spierkracht was gewoon knap.
De tegenstander nog een keer 25 in de tweede helft laten maken en zelf tenminste 9 punten maken was het doel. Offense sells tickets, defense wins games. Zonder dat doel nou helemaal te halen..... haalde deze groep winnaars wel de eindstreep met een paar punten over. Spanning maakte het gemis aan flitsends in de tweede helft meer dan goed, dacht deze partijdige toeschouwer.
Maar misschien heeft die het wel mis. Want die tickets, daar wou ik het nog even over hebben.....
Een avondje DAS of een avondje Almonte wordt heel wat beter bezocht dan het gemiddelde avondje WAS... De alomtegenwoordige Kris "van de Uilen" was bij die belangrijke vrije worpen aan het einde verantwoordelijk voor het enige afleidende roffeltje.... Kris blij, vaders, moeders blij natuurlijk, wij rondom het team allemaal blij natuurlijk maar waar waren de supportersscharen? Het leek wel Hoofddorp....
Volgens mij verdienen de meiden meer bekijks. Elke wedstrijd is nog een evenement geweest met wendingen, opstandingen, voldoende oogstrelende, onwaarschijnlijke acties en magnifieke vergissingen. Ik zeg: Het bekijken waard, Grunnegers!

PS... deze staat op video... maar dat is toch anders.....

zondag, februari 08, 2015

topsportteam

Wanneer is een team een topsportteam?
Binnen de faculteit van de sport aan onze universiteit/hogeschool zijn we het daar niet over eens.
In tijden van overvloed aan trainingsmiddelen, studieduur en vrije tijd, hanteerden we (en bij "ons" hoorde toen ook iemand als Joop Alberda) de stelregel dat je dan ca 7 uur per week met de sport bezig moest zijn. Donar was topsport: als studententeam in de eredivisie trainden die 3 keer in de week 1,5 uur plus wedstrijd. Als Nationale Nederlanden Donar gingen ze naar 4 x per week.
Tegenwoordig is dat wat verschoven: mijn meiden trainen ook drie keer per week 1,5 uur, doen aan krachttraining, geven training en coachen lagere teams of zitten in bestuur of commissie: tenminste 8 uur per week direct betrokken bij hun (top)sport. Daarnaast moeten ze het hele land door reizen, om vervolgens op een zaterdagavond in het allerminst bruisende Hoofddorp een alleszins bruisende pot te spelen en te winnen. Twee-en-eenhalf uur heen en terug + twee uur spelen + omkleden = nog eens 8 uur.  Een topsporter moet ook perse na zo'n trip met de benen omhoog voor een groot deel van de zondag. De spelers van Donar hebben een contract, bij ons heet dat gewoon een spelerskaart. Dus ze betalen contributie en ACLOkaart dus tel daar nog maar wat gesleep in werkacties en gesjouw om sponsors af te lopen om al dat gereis te betalen bij en een week aan sport met uitwedstrijd is gerust 20 uur.
Je hebt ook een helweek zoals deze, waar we nu in zitten: drie wedstrijden in één week, waarvan die van dinsdag (!) 20.00 in Maassluis (bijna Engeland....) wel duidelijk maakt dat in elk geval de BasketballBond je wél als topsportploeg beschouwt....
En ondertussen zijn er gewoon wel stages, verplichte colleges, coschappen en tentamenweken. Ouders bezoeken, feestjes, vrienden... alles wat niet direct om sport of studie heen zit kun je wel vergeten.
En dan hoor je dus bij de beste 10 teams van Nederland in je eigen tak van sport, je bent het enige vrouwen team op enig niveau in Noord Nederland en dan is het oordeel van sommigen nog, dat je eigenlijk niet goed genoeg bent. Niet goed genoeg voor ondersteuning vanuit het profileringsfonds van een van beide hoger onderwijsorganisaties. Niet interessant genoeg voor sponsors of krant ook.

In mijn boekje is het wél topsport. En de meiden van mijn topteam gelukkig ook. Er moet wel iets tegenover staan.... we regelen het zelf wel; dus we staan er gewoon weer, in Maassluis, dinsdag. Toppers.


zondag, februari 01, 2015

streak met accent

 Je doet het perfect of je doet het niet! Een 10- is ook een onvoldoende! Only perfect practice makes perfect! De boog moet altijd gespannen staan! Ik geef altijd 110%! Je hoort dat soort kreten wel eens voorbijkomen.
Perfectionisme, het idee dat iets foutloos moet zijn en dat het anders niet goed is, kreeg je in de sport vroeger eigenlijk altijd wel mee. Bij mij veranderde er iets toen ik las over een goeie jongleur die er in slaagde om zeven ballen in de lucht te houden. Natuurlijk was hem dat niet aan komen waaien; dat had hij geleerd door veel te laten vallen. (boven een tafel, dat scheelt bukken) De jongleur beschreef zijn eigen drang naar beter jongleren, het meester worden over de ballen: "Perfectioneren van jongleren met 7 ballen vormt voor mij geen prikkel meer. Dan ga ik liever met 8 aan de gang of met het invoegen van andere voorwerpen: fakkels, appels, knuffels. Perfect is dood; ik wil verder." Het word "comfortzone" bestond nog niet, gelukkig.
Epke gaat straks voor vijfvoudig. Een hogere moeilijkheidsgraad levert meer op dan een 10. Basketballen is een onvergelijkbare grootheid in alle complexiteit en groei als speler heeft veel verschijningsvormen. Soms is simpeler beter, soms is meer keuze hebben een kwelling: essentieel is en blijft fouten maken. En dat dan het liefst op een hoog niveau. Falen bestaat niet; alles is feedback. Wat geeft een misser onder vrienden nou helemaal?
We bakken dat in, op de training. Als wij schieten, dan hanteren we de "accentregel": 7 "achter elkaar maken" maar dan mag er steeds best eentje tussendoor mis. Twee missers in a row betekent dan wel terug naar nul. We hopen dat dan gevoelsmatig het accent op het ritme van het schot en de uitvoering komt te liggen en dat het resultaat daaruit juist volgt. Op het schieten en niet op het maken.
Om ook een mooi schot te krijgen met een goede aanvliegroute, belonen we dan een "swish" (ringloos) met twee punten. "Ringloos = dubbel".
Eigenlijk is het schieten weer een metafoor voor iets groters, bedacht de andere helft van onze coaching staff: onze reguliere streak in de promotiedivisie was vorige week dan gestopt tegen US op zeven maar als het bij één misser tussendoor blijft, dan is de streak volgens het principe hierboven toch nog intact? We gaan zo door, lijkt me. Verder.

En misschien is een buffeloverwinning zoals zaterdag op een team als Baros (73-60) dat ook aanspraak maakt op een top vier klassering zelfs wel ringloos en dus dubbel.....?

woensdag, januari 21, 2015

Scriptie met bijlage



We wisten natuurlijk waar Thijsje Oenema toe in staat was. We zagen ergens in 2014 haar benen in de krant beschreven. Ze schijnt last te hebben om een passende spijkerbroek te vinden; er is een directe relatie tussen power in een schaatsbeen en centimeters omtrek.



Ze heeft geen last van motivatieproblemen op schaatsgebied, nadat haar Olympische jaar vorig seizoen in de soep liep. En dat ze het, met moeite, weet te combineren met haar studie, weten we sinds dit weekend ook. Eigenlijk moest ze voor het weekend een scriptie inleveren. Nu kun je echter bij het ontwikkelen van zulke benen, wel aan je financiële studie denken, maar schrijven wordt toch lastig tijdens het squatten…..

Wegens het naderend Nederlands Kampioenschap Sprint kwam ze toch iets in tijdnood en dus wordt de scriptie vandaag ingeleverd met als bijlage de uitslag van de 500 meter van zaterdag. We mogen aannemen dat de docent over zijn hart strijkt. Je gaat de Nederlands Kampioene toch niet voor het blok zetten?

We gunnen haar, als ambitieus sporter natuurlijk een goed cijfer, we begrijpen haar afleiding en verwachten natuurlijk enige coulance van de docent. Maar als ze nou tweede was geworden, of derde? Was haar voorbereiding dan anders geweest? Verdient ze dan voor het hele proces van combineren van topsport en studie niet ook handreikingen? Zeker.

En dan even verder: al die andere ambitieuze topsporters aan universiteit en hogeschool, die eenzelfde proces doormaken? Net zulke krachtige benen hebben?

Maar geen Nederlands kampioen schaatsen worden of geen Europees kampioen dammen of niet de hele wereld verbazen aan de rekstok?

Ik zou minder in het oog springende toppers ook wel eens een kopie van het scoreformulier willen zien inleveren, als bijlage bij een tentamen.. Thijsje verdient het immers ook.

zaterdag, januari 10, 2015

Niet op de dopinglijst

De Mojo van het eerste vrouwenteam van Groene Uilen is aanzienlijk versterkt de laatste maanden. En wel hierom: Resultaten spelen een grote rol. Het gezamenlijk ervaren van positieve gevoelens helpt enorm. Dat is momentum, flow of winnaarseffect. Fijn om dit mee te maken.
En wat doet een coach eraan? Laten gebeuren. Het team doet het zelf: Bij het smeden van een teamband komen biologische aspecten boven: De drug oxytocine doet haar werk. Oxytocine is een hormoon dat bij alle zoogdieren wordt aangemaakt en uiteindelijk de soort helpt bij het voortbestaan om het zo maar te zeggen. We noemen het ook wel knuffelhormoon: bij positief onderling contact, zoals bij aankijken, aanraken, knuffelen en vrijen wordt het aangemaakt. Seksuele opwinding verhoogt de oxytocinespiegel enigszins, maar bij een vrouwelijk (clitoraal) orgasme komen grote hoeveelheden oxytocine vrij en wel meer naarmate het orgasme als beter wordt ervaren. Een hoog oxytocinegehalte wordt geassocieerd met een gevoel van vertrouwen en verbondenheid. 
Het achterliggende werkingsmechanisme is waarschijnlijk dat oxytocine stress vermindert  Dat is ook te merken: de verliefdheid van een van de speelsters laat haar in elk geval presteren als nooit tevoren én maakt het hele team op een grappige manier gezellig en daarmee verbonden. Oxytocine wordt al aangemaakt bij vriendelijk aankijken, immers. En het eind is nog niet in zicht.
Minder stress betekent een afremmen van het “Fight, Flight, freeze” effect en daardoor beter werkende oplossende vermogens in het brein dus meer kans op goede beslissingen en daardoor een grotere kans op winnen - bijbehorende goede gevoelens - meer oxytocine - betere band enzovoort. 
Vanavond, 10 januari 2015, 20.00, de bekerwedstrijd tegen eredivisionist Dozy Den Helder. Winnen hebben we voor vanavond, ongeacht de uitslag, geherdefinieerd als “er beter, sneller, slimmer uitkomen”. En dus met meer knuffelhormoon want daarvan willen we nog steeds meer. Legale doping!

Met hartelijke dank aan wikipedia, 


Kaj

zondag, november 30, 2014

Periodiseren met de wet van Murphy

Alles wat fout kan gaan, gaat fout. En misschien is dat erg.
Je bouwt als procesbegeleider van basketbalteams door de jaren heen een eigen werkwijze op.
Bij mij - en ik denk bij de meeste teams eigenlijk wel - gaat het in grote trekken zo: vóór de zomer weten we zo veel mogelijk waar we aan toe zijn - na de zomer volgt dan een betrekkelijk rustige voorbereiding, waarbij we geleidelijk naar elkaar en naar wedstrijdvorm toegroeien - het eerste deel van het seizoen staat in het teken van de vorming van gewoontes, het drukken van stempels en het leggen van een raamwerk - de wedstrijden zijn de meetlat waarlangs het team komt te liggen - tegen het eind van de herfst proberen we onze eerste piek in conditie te halen en daarom trainen we hard en specifiek om zowel mentaal als fysiek de feestdagen te kunnen overleven - op dat niveau starten we dóór in januari en op dat zelfde niveau proberen we nog meer over onze eigen sterke punten en die van de tegenstanders in de competitie te weten te komen - aan het eind van het seizoen spelen we ons beste basketball en dan gaan we evalueren en vooruitkijken.

Tot zover de grote trekken. En dan treedt de wet van Murphy in werking. Natuurlijk weiger je te geloven dat die ook echt door het parlement komt maar het gebeurt toch.
Ik ga hier niet allemaal beschrijven wat er zoal fout kan gaan, neemt u maar van mij aan dat de wet op veel facetten van het reilen en zeilen van ons team betrekking heeft gehad.

Zoals mijn rechterhand en linkerhersenhelft Patrick Staalsmid het herkaderde: "ik geloof dat we wel kunnen zeggen dat onze periodisering op organische wijze vorm krijgt...."

Alle ongelukken, ziektes leiden tot een hechter teamverband en een betere inbedding in de vereniging hadden we niet kunnen programmeren. De opeenstapeling van wedstrijden die we nu aan het eind van 2014 met minimale bezetting gaan afwerken zorgt vanzelf voor de conditionele piek.
In de wedstrijd tegen Baros leidden de extra ongemakken van Hanne (enkel) en Esther  (lichte hersenschudding) tot het precies op tijd, natuurlijk resetten van de taakgerichtheid.

Dat helpt maar teveel vertrouwen op de wet van Murphy kunnen we ook niet. Nadat de heldinnen afgelopen wedstrijd tegen Hoofddorp toch maar weer op comfortabele voorsprong waren gekomen, gingen we als coaches achterover zitten en vergaten we die laatste rust time-out nog te nemen, terwijl we eigenlijk vooruit hadden moeten denken.
En dat we na afloop van Mayella hoorden dat we niet meer op haar hoeven rekenen, wat we stiekem toch wel deden, maakte weer even heel duidelijk dat er echt nog wel meer boven ons hoofd hangt.

zondag, november 16, 2014

sync

Een veelgekozen benadering om naar het functioneren van teams te kijken is de scheikundige: Chemistry. Een beetje buskruit, bij iets PH-neutraals, met juist weer vleugje pit met een molecuul of wat van een mooie katalysator..... het mengsel verhitten, destilleren en poef! Teamverband.
Maar het kan ook langs de invalshoek van de muziek: de diverse instrumenten van drum, sax, bas, piano en wat niet al, spelen samen waarin vooral het 1,2,3,4,  het ritme een rol speelt en waarin iedereen de ruimte krijgt voor interessante solo's.
Sind het begin van dit seizoen experimenteren we - nou ja, ik - ermee om een actie te beginnen net voor de derde tel van de vierkwartsmaat, door mijn gebrekkig muzikaal inzicht vertaald als net voor de JA in va-der-Ja- kob. Phil Jackson schrijft in "Eleven Rings" dat hij daar goede ervaringen mee heeft. (al citeert hij ook Thelionous Monk: "You only dig it, if you dig it, You dig?" 
Toch is het grappig om jezelf bewust te zin van ritme in basketball. Toen ik laatst heren 1 van Uilen zag spelen, viel de natuurlijke sync van dat team pas op, toen er iemand binnen de lijnen kwam, die minder vaak meedoet. Zonder dat hij slecht speelde -zijn individuele rendement was zelfs wel goed te noemen- zag je toch het hele team eventjes in de war zijn. Het was maar een subtiel verschil, maar waar openkomen, aanspelen en balans vinden verder van de bal af anders klopt, klopte het nu net niet. En dan blijkt basketball toch echt een spelletje van tienden van seconden en centimeters.
De bovenstaande gewaarwording maakte dat ik de sync verhief tot norm voor het optreden van de bankspeelsters. (Uilenmeiden maakt in de promotiedivisie dankbaar gebruik van een pool bankspeelsters uit da 2,3 en 4) In de bekerwedstrijd tegen Green Eagles uit Maassluis stonden de meiden van het tweede weer op de rol. De tegenpartij mag niet aan ons ritme merken wie er niet altijd meedoet en het is fijn als de overige speelsters hun ritme niet aan jullie aan hoeven te passen. 
Het is een manier van coachen die weer heel nieuwe gezichtspunten biedt. Op gevaar af dat ik het succes nu afmeet aan het resultaat van de bekerwedstrijd, (door naar de kwartfinale via 82-56 win) heb ik toch hoop voor het effect. Kunnen we onze samenwerking bespoedigen en "finetunen", door het (een) team als een orkestje samen te laten werken? 
Aan het eind van dit jaar steek ik mijn licht op bij het Nationaal Coach Congres van NLCoach, met als thema: de coach als dirigent. Ik ben benieuwd.

zondag, november 02, 2014

uit en thuis en het beestje van de week

Had ik u al meegedeeld dat ik ook weer een nieuwe oude baan heb? Ik ben namelijk weer beroepschauffeur geworden in weekenddienst. Dat is één van de aspecten van het coachschap van de fine-basketball-fleur van onze studentenstad. Eindhoven, Utrecht, Hoofddorp, Maassluis, Rotterdam Woudestein, het ligt allemaal niet naast de deur. Maar daar spelen de andere promotiedivisieteams nu eenmaal. En laten we wel wezen: voor ons is het om de andere week raak en we zijn dus gewend aan trips. je zou die westerlingen moeten horen als ze de IJssel over moeten... Wij spelen eigenlijk dus nooit een uitwedstrijd. Cruijff is dat met mij eens.
De Groene Uilen maken deel uit van een mooi beestenspul: Zo spelen we tegen net zo greene Eagles, tegen Cangoeroes en het beestje van de week van afgelopen weekend was DAS, uit Delft.
Delft is duidelijk ook een studentenstad, waar ook echt een cultuur is opgebouwd, rondom de studentensport basketball. Studenten spelen bij Punch, later en eerder kunnen ze terecht bij DAS. Toon van Helfteren, de bondscoach woont daar. Hij is het prototype van de basketballliefhebber en woont nog steeds de wedstrijden van zijn dochter bij, ook al loopt die inmiddels tegen de dertig.
Maar ik had het over het reizen. - Sorry, ik ben misschien een beetje hyper maar dat is nu precies het punt en daar kom ik nu op - Mijn stelling is: Uitwedstrijden winnen is goed voor het brein.
Het meditatieve karakter van de handeling van het stuur vasthouden en het in het nu - het verkeer- zijn, maakt dat er op een positieve manier allerlei verbanden worden gelegd, dat er blijkbaar een actiebereidheid wordt opgebouwd. En dan lees je de volgende ochtend de krant en dan wil je meteen ook zo'n benen onderzoek doen als met die schaatsers maar dan over de  X&O benen van basketballers en de specifieke hoeken, het zuur, de belastbaarheid en de pracht. En dan zie je overal verbanden: bij die benen die van Anice Das en het beestje van de week.... je zou het niet kunnen v
erzinnen.
Ha! Volgende week gewoon thuis....

donderdag, augustus 21, 2014

jumpstop of... het ongemak van voortschrijdend inzicht.

Ik ben een "old school" basketballcoach. Old school betekent voor mij dat er al veel is bedacht en dat ik dat niet allemaal opnieuw hoef te doen en dat ik steeds weer iets andere accenten leg met kennis die al bestaat. Ik ga veel terug op Wooden en Wootten, Jackson & Brown, Paye en Harris maar ook op wat ik van Heger en Janbroers, van Murphy en Alberda, van Lao Tse, Sun Zsu, Alexander de Grote en Goethe heb geleerd. Altijd met een gezonde dosis van mijn eigen waarneming en eigen onderzoek. 

Zo heeft mijn onderzoek over schieten me een aantal conclusies opgeleverd. Een daarvan is de volgende: Jumpshot en jumpstop gaan niet lekker samen. Deze conclusie heb ik een kleine dertig jaar geleden getrokken. We zaten op de c cursus en we bespraken dingen als plyometrie, voorspanning en potentiele energie, we lazen, discussieerden en experimenteerden op een niveau en een intensiteit, die ik daarna nooit meer heb ervaren. Of misschien moet ik zeggen dat ik de gevoelens die erbij hoorden, juist nooit meer ben kwijtgeraakt? Elke schutter, schieter, schaitert en student of the game, die ik inmiddels begeleid heb, was immers een experiment en een ervaring op zich en maakte de hele stortbak aan bewegingsanalyse weer los. De kleine en grote verbeteringen, die gerichte oefening teweegbrengen bij verschillende spelersters zijn steeds weer beloningen op zich.

Het voortschrijdend inzicht van de laatste jaren heeft er bij mij vooral toe geleid, dat ik moet proberen het aparte type spelerster ook een rol te laten spelen bij het beleven van het schieten. Basispatronen in bewegingsvoorkeuren blijken meer te verschillen dan ik vroeger dacht: er is niet eens 1 ergonomisch beste manier om iets uit te voeren. Ook een schot bij basketball niet. 

Voortschrijdend inzicht op het ene vlak heeft bij zoiets als basketball - of leven-  meteen weer het gevolg dat je ook op andere vlakken moet heroverwegen. Er bestaan verschillen in bewegingsvoorkeuren, dus ook verschillende schoten. Deze zienswijze betekent een nieuw onderzoek: wat zijn de echte basivoorwaarden, de natuurwetten, die wel universeel toepasbaar zijn. Het allerindividueelste is universeel? 
Volgens mij begin ik maar met de aanname, dat schotritme bestaat bij de gratie van twee contacten. Wie heeft een tegenargument?

zondag, augustus 03, 2014

Inlezen

Vakantie. Heeft iets met "leeg"te maken, als ik het goed heb..
Dan is er ergens een punt waar de kop leeg genoeg is geworden om weer vooruit te kunnen kijken..Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik voel dat het komt....
Dus begin ik maar eens rustig wat dingen op een rijtje te zetten voor het komende seizoen. Een nieuwe ploeg, nieuwe mensen, die ik nog maar een klein beetje ken.
Dan komt die leegte straks goed uit: de meiden, een leuke mix van meer en minder ervaren, zullen zelf hun speelveld vorm moeten geven. We kunnen alle kanten nog uit, dus als coach moet ik straks meebewegen en de ideeën bundelen.
Op een leeg speelveld is het makkelijk manoeuvreren, met aandacht voor de inbreng en de posities van de individuen en voor het belang en de richting van het hele team.
bij mij spelen boeken nog altijd een grote rol. Ik wou dus maar wat algemene dingen lezen, om zo wendbaar mogelijk te kunnen zijn. "Stuff" maar eens weer en waarom niet iets over voetbal en psychologie?
Maar ook Wooden, Carrill en Smith enne Wootten.... waar is die? Uitgeleend? Ok... die wil ik dus graag terug, kan dat? Ik heb geen idee wie hem heeft. Drop me a line? En aan wie had ik Hubie Brown ook al weer uitgeleend? Willen alle coaches die dit lezen even in hun boekenkast neuzen? Mijn naam staat er meestal wel in. Schamen hoeft niet, ik was het ook vergeten. Leeghoofd zeker?
Mede namens de vrouwen van Uilen 1, seizoen 2014-15, hartelijk dank.

zondag, maart 02, 2014

Een raar gevoel

Misschien was het wel mijn gekste wedstrijd ooit. Ik pleeg me voor te bereiden en ik pleeg mijn team voor te bereiden. En nu was ik helemaal niet voorbereid. Ik was het niet vergeten. Er stond gewoon geen wedstrijd in mijn systeem.
Normaal kijk ik altijd 1 wedstrijd vooruit. Dat had ik ook gedaan: ik wist al wel waar het accent op zou moeten liggen volgende week als we de eerste keer tegen BVG zouden spelen. Maar mijn hele wezen was ingesteld op volgende week, na de vakantie.
Om even voor zes ging de telefoon. Zoals gebruikelijk had ik hem niet in een keer. Kristian. Terugbellen dus maar. Heb Kris een dikke week niet gezien dus ben extra vrolijk aan te telefoon. "Ha die Kris! Wat kan ik voorje doen?"
Nou toch maar bij de wedstrijd komen dus. Een zeventien minuten doe ik erover bij normaal verkeer. Nu even sneller. De eerste periode was bijna over en toen begon mijn wedstrijd pas.
Ik zat nog even tussen twee parallele universa in. In het ene was een wedstrijd - in het andere niet.
Het leek alsof het team ook in zo'n soort onwerkelijke bubbel zat. Of er geen wedstrijdspanning was opgebouwd. Kris was wel scherp; ik probeerde maar zijn spoor te volgen. Het ging slecht met het team. Scoren wou niet, ook niet als de hele voorbereiding klopte. Verdedigend was het ook te aarzelend en te laat. Bij rust was de achterstand al behoorljk: 15-27.
Het team leek helden nodig te hebben en dat is meestal een veeg teken: Ik moest denken aan de Legofilm. De "gewone" bouwvakker in het legouniversum leert de echte helden zoals Batman, Gandalf en andere toppers om samen te werken. We hadden meer aan een bouwvakker dan aan would-be helden. Floor betrapte mij op het gebruik van het verboden "werk"woord.
Maar er gebuerde wel wat. De tweede helft speelde zich gelukkig weer af in een normaal universum, waar we weer op elkaar gingen letten en vooral de rebounds beter onder controle kregen. Met een serie steals uit de press, waar de tegenwoordigheid van geest van afspatte kwamen we stapje voor stapje weer terug in de wedstrijd.
De ultieme beloning kwam niet en dat was wel heel jammer: We deden wat we moesten doen maar haalden de eindstreep net niet. Volgende week hebben we weer een kans.
En die wedstrijd staat nu wel in mijn agenda.

dinsdag, februari 25, 2014

zuurstok is goed voor je!

Zuurstokstraining? Al heel lang proberen we dingen te bedenken om de meiden "the extra pass" te laten geven - als dat nodig is, natuurlijk. Van alles geprobeerd, vooral er over praten en voorbeelden geven. Vorige week waren er slechts zeven vrouwen aanwezig. Er is dan gelegenheid volop om flink te rennen en een van mijn favoriete oefeningen is dan "the extra (wo)man". Twee teams van drie spelen full court tegen elkaar en eentje is the extra woman. The extra woman is er alleen voor de aanval. Je speelt altijd met 4 tegen 3. Passen naar de vierde is altijd mogelijk, niet altijd nodig.
Zo'n oefening duurt twee minuten en daarna ben je kapot.
Het is altijd even de vraag hoe je de teams maakt: in dit geval was het makkelijk: drie witten, drie zwarten en Anouk had een knalroze shirt aan. Precies.
Al in de eerste run ging er een lichtje op, iedereen is zuurstok geweest en nog kregen ze er niet genoeg van. Er gloort hoop voor de "extra pass" nu die andere vijf, die hier helemaal niks van begrijpen, nog een keer aan de zuurstok zien te krijgen.

zaterdag, februari 08, 2014

To the sky and beyond

Nou, 't is open.
Als u het mij vraagt: overdreven toustand. Laten we maar gaan schaatsen.
Vorig jaar, bij de voorbereidingen van de Noorderlinkdagen, leerde ik dat er een apart vak is: congresarchitect. In elk geval bestaan er dus ook openingarchitecten of zou het toch een uit de hand gelopen hobby zijn..?
Ik ben heel benieuwd wie de Albert Speer van de opening van Sotsji is. Hij (hij is geen vrouw, lijkt me..) 
Iemand die mee kreeg dat de sky the limit was, en dan bij elk megalomaan voorstel ook nog te horen kreeg: mag het iets meer zijn? The sky and beyond.....
Mijn dochter van bijna twaalf hoorde bij de doelgroep, zoveel is zeker... De volgende keer wou ze wel meedoen: "kun je je gewoon als vrijwilliger voor opgeven, hoor!"
Erma keken we gezamenlijk naar een romantische sportfilm. Leerzaam, en de sportactiviteiten waren niet eens zo heel tenenkrommend in beeld gebracht... Indiaas meisje in Engeland wil voetballen: mag niet, wil de voetbalcoach, wat ook niet mag en het komt goed. Je kent het genre wel. 
Met name het gezamenlijke loopwerk van het team van leuke sportieve meiden met alle kleuren van de regenboog, was een choreografie die ik veel liever zag. 
Nog leuker: de warming up van mijn eigen meiden, zometeen. Daar laat ik zelfs Svens 5000 voor schieten. Sport is toch het allerleukst van dichtbij.

zaterdag, februari 01, 2014

Uilenuitje

Vandaag een echte uitwedstrijd. Daar hebben we er niet zoveel van, dit seizoen. Onze verste meteen. helemaal in Leeuwarden. Toch maar weer eens de gelegenheid aangrijpen om daar een par gedachten over te delen. 
In de landelijke competitie speel je nooit een bijzondere uitwedstrijd. Reizen, acclimatiseren is zo gewoon als je uit Groningen komt. Voor de uitteams die op bezoek komen is dat heel anders. Die moeten eerst door de rijstebrijberg van een ongewoon lange reis heen en geloof me, ook opgevouwen zitten is een fundamental die je moet leren beheersen. De lange afstand wisten we daarom altijd tot een voordeel om te buigen. Het was ritme en alles heeft ritme nodig.
Op iets beperkter niveau heeft het team uit Leeuwarden datzelfde voordeel in de rayoncompetitie. 
Misschien moeten we vandaag maar een projectje maken van de wedstrijd. In een lange reis heb je ook altijd een cyclus van kletsen - ontspannen- op de wedstrijd beginnen te richten. In een korte, zoals de drie kwartier naar Leeuwarden heb je ook dit "verlengde kleedkamer effect", maar blijft het vaak steken bij de eerste fase, zodat we net uitgekletst (en geloof mij... Weinig niet interessants, blijft besproken in mijn team.....) en nog zonder ontspanning en voor-focus aankomen.
Dat dan maar eens beter organiseren vandaag. En dan ook nog maar eens, straks, de extra motivatie van de afstand: "door de regen gefietst, opgevouwen gezeten, de hele weg sufgeluld over niks.... nu zijn we hier eindelijk met z'n allen - met een gemeenschappelijk doel...met een gezamenlijke tegenstander.... Nu we hier dan toch zijn, laten we er dan ook maar voor spelen!" 
Uitwedstrijden... Als ze niet bestonden moesten ze uitgevonden worden....

zondag, januari 26, 2014

Bier & cola nu het nog kan

Binnen het studentenbasketball zoemt het nu voorzichtig een beetje rond het begrip samenwerking... In elk geval dook in mijn emailcorrespondentie het studentikoze woord "fucie" al op
Misschien moet ik eerst even een historisch beeld schetsen? Toen ik met studeren begon, waren er drie studentenbasketballclubs. Ikzelf speelde bij de machtige stadgroningerburgerclub Olympia, waar ook een schaduwvereniging aanhing, die Shadows heette. Wij waren ook bijna allemaal studenten en wij overspoelden dan ook de algemene uren en de breedtetoernooien op het Sportcentrum Paddepoel.
De studentenclubs waren Donar, Groene Uilen en Enos. (Donar was Vindicat, Uilen heetten juist groen omdat ze niet ontgroenden bij Unitas en ENOS stond eigenlijk voor Eerste Nederlandse Oecumenische Sportvereniging, waarin de basketball clubs van Albertus (Rooms) en Vera (Gristelijk) samen waren gegaan)
Tussen deze zo verschillende clubs was toch heel veel omgang in de vorm van gezamenlijke drankgelagen, onderling -soms bepaald grensverleggend- seksueel verkeer en niet in de laatste plaats uitwisselingen van spelers en speelsters.
Hoewel overstappende spelers bijna altijd een verbetering van sfeer of spelniveau in het nieuwe team en in het oude verzorgden, werden ze toch steevast als "overlopers" aangeduid. Zij werden vaak pas gedoogd, als er een "transfersom" was betaald aan de oude vereniging. Traditioneel was dat een krat bier en een fles cola. Was de overdracht daarmee bezegeld, dan ging ieder weer gewoon zijn of haar gang.
Ik ben zelf van alle clubs lid geweest (niet van Donar natuurlijk... maar de plek van Donar was in mijn eerste jaar al opgevuld door Moestasj.. eerst ook alleen met mannen..) en had dus een flinke bijdrage kunnen leveren aan de beneveling van alle clubs, ware het niet dat ik na 1980 een wat bijzondere rol ging spelen op de transfermarkt.. Als spelend hoofdcoach en kerndocent was ik namelijk vaak mede de oorzaak van overgangen van spelers tussen studentenclubs, omdat ik elk jaar de teamindelingen van hoog tot laag beïnvloedde. (Half het verstand en driedubbel de invloed, als je er achteraf over nadenkt.) Dat ik dan zelf ook nog ergens speelde, maakte dat mijn eigen overgang vrij ongemerkt verliep.
Toch vond ik het altijd wel een mooie traditie.. Enos is onder heel veel drank gewoon opgelost in Uilen en hoe het straks met UMCG zal gaan staat nog in de sterren.. Dat kratje bier en die fles cola ter gelegenheid van de transfer van oermoessie Toya naar Moestasj Uilen komt er spoedig aan.. al is het misschien voor het laatst?

PS: UMCG: Uilen Moestasj Combinatie Groningen..

maandag, januari 20, 2014

Faculteit der Sport


Geachte sollicitatie commissie,

Hierbij wil ik u mijn interesse kenbaar maken voor de vacature van directeur van het Studenten Sportcentrum van Groningen.

Uit ervaring weet ik je tussen actieve, sportieve jonge mensen precies daar zit waar het bij universiteit en hogeschool om gaat. Studenten, en dan met name de sportende studenten, zijn de toekomstige leiders en trekkers van de wereld. Vooral door wat ze om de studie heen oefenen aan teamwork, opofferingsgezindheid en afzien worden zij gevormd. Zegt u nu zelf: als onze huidige Rector en onze huidige Burgemeester niet aan teamsport hadden gedaan, zouden ze toch hun huidige baan niet met dezelfde verve kunnen uitoefenen?

Maar juist omdat dit contact op de werkvloer zo belangrijk is, zou ik toch willen adviseren om ruimte in de taakomschrijving van de directeur te houden om deze ook werkelijk nog ‘op sneakers” te houden. De sportvloer moet volgens mij deel uit maken van de werkomgeving van de directeur. Ik wilde daarom voorstellen de functie als duobaan in te vullen. Door afwisselend de rollen van producer en regisseur en die van netwerker en van coach te vervullen, kunnen twee meer dan één. Dit werken in deeltijd garandeert voor beiden de gelegenheid met regelmaat “voor de groep” te staan. Ik zou bereid zijn dit veldwerk binnen mijn oude Docent LV&S schaal te blijven doen.

Omdat helaas beide door mij geheadhunte collega’s Johan Poppinga en Martin Althof, vooralsnog hebben aangegeven niet beschikbaar te zijn, denk ik dat onze contractbesprekingen over de aanstellingsomvang nog wel wat aandacht behoeven.

Nog niet al te ver vooruitkijkend, wil ik toch graag twee speerpunten aangeven: In de eerste plaats: Het sportcafé moet weer geheel in handen van het Sportcentrum zelf komen.

En in de tweede plaats verdient wat tot dusverre nog Sportcentrum heet, een andere plek in de universitaire hiërarchie:  De Faculteit der Sport.

Nu de functie van decaan van deze elfde faculteit vrijkomt, wordt het in mijn ogen tijd deze functionaris ook op te nemen in het College van Decanen. Welk beter moment dan dit mooie lustrum is daarvoor geschikt? Ik zou u in overweging willen geven om mijn voorganger, de heer Dijksma bij de gelegenheid van de festiviteiten alvast, honoris causa, de bijbehorende “Pieter Tilstra leerstoel” aan te bieden. Dan krijgen we dit jaar tweemaal een oratie en dat lijkt me prima om de toch al brede interesse voor de faculteit van de sport nog meer onder de aandacht te brengen. De derde geldstroom begint al met kracht tegen de kade te klotsen: Mijn contacten met Adidas staan zeker garant voor de tijdige beschikbaarheid van een toga met drie strepen.

Met vriendelijke groet,

Kaj Reker
P.S: De afstudeerrichting Basketball krijgt uiteraard wel iets meer aandacht binnen de Faculteit. We verwachten een grote instroom van internationale studenten.


maandag, januari 13, 2014

Mrs Everybody

Wat begonnen we goed. Meer dan 15 punten in het eerste kwart, creatieve samenwerking in de aanval en een behoorlijk ontoegeeflijke verdediging. Al tien punten los, wat een luxe in het nieuwe jaar. Toch was er nog wel wat te zeuren.. een serie goed uitgespeelde aanvallen leverde niet te missen kansen op, die toch werden gemist en een enkele score van de tegenpartij kwam door onoplettendheid tot stand.

In het tweede kwart bleven we scoren, maar ook missen. Niet alleen lay-ups gingen opnieuw mis maar ook rebounds werden afgesnoept of stuiterden uit, terwijl aanvalsrebounds niet werden bekroond met een score. De tegenstander bleef lang op 10 punten staan en leek de koppies zelfs te laten hangen, ze leverden bal op bal in, wat ons uitstekende fastbreak mogelijkheden opleverde. Coaches en team werden daar dan ook heel enthousiast van. Er was maar één partij die de lakens uitdeelde en een uitbouwen van de voorsprong leek logisch. Maar…. We bleven missen. Maar liefst 5 keer in het tweede kwart kwamen we in zo’n ideale overtal situatie uit en vijf keer kwamen we niet eens tot een schot: de missers bestonden uit: loopovertredingen, slordige passes, voeten op en over de lijn en overmatig sociaal gedrag. (Nou is 4-1 ook lastig… waar moeten die twee anderen, die óók vrij staan, in vredesnaam heen immers?)

Met 6 punten vóór bij rust overheerste toch het beeld dat we beter konden en ons overwicht in meer punten zouden uitdrukken. Dat beeld werd niet echt  bevestigd in het derde kwart: het verschil bleef hetzelfde, er gebeurde nog steeds veel goeds. De inzet bleef onverminderd hoog en het rendement onverminderd te laag…

In het vierde kwart ging het opeens mis. We leverden de bal een paar keer heel fataal in en voor het eerst in de wedstrijd kwam Celeritas voor te staan. Het was maar één puntje en het duurde maar één balbezit, maar het was daarmee wel weer een echte wedstrijd geworden en opeens telden de missers loodzwaar. Geweldige backdoor: mis. Geweldig getimede drive: mis. Prima twee tegen één: mis. Goede outofbounds optie: crazy shot: mis. Vrije worpen.. mis. Nog twee out of bounds spelletjes: niks. De tegenpartij scoorde twee keer vanaf de vrije worplijn en poef. 5 punten achter: Game over. Zonde van de valse start.  Mrs. Game.

zaterdag, januari 11, 2014

Zelfcitatie

Ik wou wel even een overdenking schrijven voor de aanstaande seizoenshelft. Dat doe ik meestal.
Maar in het huidige tijdsgewricht is alles wat je opschrijft met de bedoeling daarmee te scoren meteen verdacht. Het risico dat ik iets opschrijf wat iemand anders al bedacht heeft is helemaal niet in de haak, maar zelfs mijn eigen gedachten opnieuw noteren staat al in een kwade reuk..

Dat we nu aan het dansen zijn heeft coach K. al eens opgeschreven. (Mike Krzyzewski with Donald T. Philips: Five Point Play. Warner Books, Inc. New York, 2001, ISBN 0-446-53060-3)
Wat me zo maar inviel tijdens de moestassietraining: "Hanna, hou jij me balletje effe vast, dan ga ik met iemand danse.." Is maar een lichte verbastering van het schone lied van zangeres Miggy. (18 Gouden Piratenhits, vol 21.)

Alles wat ik gezegd heb over olifanten, muizen en besturing van het brein is geheel en al te danken aan de inbreng van Ap Dijksterrhuis ( Het slimme onbewuste, Uitg. Bert Bakker, 2007), Margriet Sitskoorn (Het maakbare Brein, eveneens uitg. Bert Bakker, 2007, het kan best zijn dat hier ergens een kruiszelfcitatie-situatie opduikt... Daar wil ik geen verantwoording voor dragen), Hans Lebbis (Branding), en voor de voorzichtigheid noem ik in dit verband ook: Dombo, het vliegende olifantje. (The Walt Disney company, 1941)

Ik neem me voor geen slechte vervalsingen van het werk van Jackson Pollock meer op mijn coachbord te maken en ik vraag iedereen me te wijzen op het vallen in herhalingen. Ik hoop dan overigens wel dat mijn teams daar erg in gaan bijdragen. Zodat ik kan zeggen dat ik blij ben dat ze zich dit herinneren....

Ik herinner me nu trouwens opeens, dat ik vast al eens iets heb opgeschreven over de Belgische clinics, die ik vroeger vaak volgde: die heetten "Recyclage en vervolmakingscursus".

Recyclage is eigenlijk een nog mooier woord dan (zelf) citatie. Duurzaam inzetten van goede ideeën. Dat gaan we doen in 2014!

Of had ik dat al eens gezegd?

maandag, november 25, 2013

Derrick & Lotte


Sporten is leuk. Basketball vooral. Heel leuk. Maar niet echt gezond voor sommige deelnemers en het kan het leven aardig in de weg staan.

In april 2012 ging misschien wel de beste speler de NBA, in elk geval de dragende speler van de Chicago Bulls, guard Derrick Rose door zijn knieband.

Het duurt eventjes voordat je dan weer terug kunt komen.. Het hele vorig seizoen zat hij uit om te herstellen. Filmpjes van zijn trainingen zijn met enig gezoek wel terug te vinden op Youtube. Episch herstelwerk. Het was ook spannend of hij ooit zijn oude niveau weer zou halen. Eind vorig seizoen hadden zijn teamgenoten, die heroïsche duels uitvochten maar op hun laatste benen liepen, hun spelverdeler al goed kunnen gebruiken. (men zei zelfs zachtjes dat Rose op dat moment de fitste Chicago Bull was…) Ze stellen het uit tot dit seizoen. Rose wil goed terugkomen. En Rose komt terug in oktober. Een beetje meer “range” en net zo snel en net zo creatief. Een crowdpleaser van de eerste orde. Chicago Bulls ging weer meedoen. Totdat..

Drama, afgelopen weekend: Rose slipt weg; weer een knie kapot. MRI aansluitend aan de wedstrijd: nu een meniscus.. Algemene indruk: het seizoenis na twee maanden al weer over voor Rose. Erg voor de Bulls, de NBA en alle liefhebbers over de hele wereld. Laat hem volgend seizoen maar weer terug komen, dat is mooi voor ons allemaal en er is veel geld mee gemoeid. Heel veel.

Bij mijn team zit een forward, co-assistent in spe. Twee jaar geleden heeft ook zij haar kruisband gescheurd. Een jaar gerevalideerd. Ze heeft nog niet haar oude niveau weer terug, maar begint langzaam haar plekje in het team weer terug te vinden. In september gaat  Lotte voor de co-schappen op wereldreis. Heeft haar spullen al in de rugzak en doet nog één wedstrijdje mee. Omdat ze zo graag wil.

Drama, in september. Op een tamelijk onschuldige manier verdraait ze haar andere knie. Ze weet het dan wel, eigenlijk. Met een week vertraging vertrekt ze toch, strompelend, naar Latijns Amerika. Deze week is ze terug. Kruisband inderdaad gescheurd. Een operatie zit er even niet in, de co-schappen wachten niet.. haar basketbal carrière is helemaal over.


Derrick en Lotte in een soortgelijk schuitje. Allebei is erg. Het hemd is nader dan de rok.

donderdag, november 21, 2013

het gaatje

Het hele basketballseizoen, inclusief voorbereiding zijn we al op zoek naar het gaatje. Gaan tot aan het gaatje, take the rock to the hole..
Soms zien we er even geen gat meer in, in elk geval lijkt het gaatje waar de bal door moet soms niet groter dan het gaatje in zo'n oud singletje maar we gaan het wel weer vinden, reken maar.
Het begon met de opgevangen opmerking, dat tot aan het gaatje gaan - al is het maar één keer per training - het hele metabolisme laat denken dat er een atleet in het lichaam huist. Dat was handig voor mezelf want al mijn pogingen tot duurtraining leiden niet tot enige verlichting. Zolang ik basketbalde bleef mijn gewicht op aanvaardbaar niveau, dat klopte en toen ging ik voorzichtig doen om niet opeens om te vallen en toen zwol ik op. Ja goed, suikers moeten ook verbrand anders worden ze nog meer vet.. zover was ik wel. Maar nu brak de nieuwsgierigheid door: Waar had ik die opmerking opgevangen?
Het wetenschapsprogramma dat ik verdacht was niet meer op te vragen.. Domweg een geloof ervan maken en het maar proberen? Te vaag.
Internet leverde na veel gezoek het woord hypoxietraining op. Russische ruimtevaart en bestudering van Groenlandse walvissen leerde me, dat van het leveren van inspanningen onder een normaal zuurstofopname niveau geweldige resultaten verwacht mochten worden. Sneller herstel, langzamere veroudering. .. Eén sprintje met adem inhouden moest genoeg zijn om zelfs het pro-enzym Q10 aan te maken. Volgens Mathilde, powerforward en apotheker in opleiding moet je daar een zelfs een mooie huid van krijgen. Ik probeer het nu elke keer dat ik sport en ik geloof nu inderdaad dat het werkt. Mijn team werd even een tweede oefengroep… maar als je het zo brengt slaan een boel mensen op tilt, blijkbaar..
Als je maar tot het gaatje gaat, dachten we toen. Bij basketbal is daar geen kunst aan eigenlijk. Gewoon spelen en willen winnen, dan ga je vanzelf tot het uiterste.. toch?
En toen pleurde Hein Gerd Triemstra weer eens wat wetenswaardigs op facebook: "amerikaans onderzoek: sprintintervaltraining bevordert aëroob vermogen." Kijk. Dat is wetenschap waar je wat aan hebt. Want het mooiste is: doorgaan met wat je altijd al deed met een beter gevoel: "sprintterval"
training in basketbal heet ook wel Fastbreak-oefening! Is dat leuk? En krijg je daar een mooi vel van?
En krijgen we het nu in de gaten?
http://www.topsporttopics.nl/kennisbank/sprintintervaltraining-verbetert-de-aerobe-capaciteit?fromOverview=1

zondag, november 03, 2013

winnen is...

Waar het Bureauwerk aan bureaus en vergadertafels steeds meer een 52weekeconomie lijkt te worden, kent de studentensport een echte zomerpauze. Het leven is daar nu ook weer in volle herfststorm en aan de eerste evaluatie toe.
Het kan verkeren: na een goede voorbereiding met lekkere gewonnen oefenwedstrijden is de competitie begonnen met vier nipt verloren wedstrijden.
Of ik daar niet tegen kan? Nou…. Eén van de dingen die bij het begin van een seizoen horen is het aanpassen van de verwachtingen aan de realiteit. Zeker: het gaat om ontwikkelen bij dit verheven instituut. Het gaat om de individuele groei van de individuele studenten…. En niet om ranglijstjes waarin harde waarden worden becijferd…. dat onderschrijf ik allemaal… Maar vergeeft u mij als er nog wat rudimenten van de wil om te winnen, uit te blinken, anderen naar de kroon steken, competitiedrang, in mij zitten. Ik weet het…. Iedereen lacht op deze universiteit om lijstjes….
Het zit diep. Wedstrijden blijven the proof of the pudding en een nul blijft hatelijk… Vier nederlagen. De herfst is een tranendal en dan gaan de bladeren ook nog eens vallen…..
Gelukkig zijn er ook verrassende winstjes te boeken in het leven van een sportleider: Een aai over je bol van een oud speelster waaraan je net de punten hebt gelaten, een “boksje” van een wilde Forwardiaan, die aangeeft dat hij toch wat geleerd heeft van de squashcursus of een bedankje in een (cum laude) proefschrift over astronomie….? Winnen is misschien toch meer dan lijstjes weergeven….

vrijdag, juni 14, 2013

Back in the NDBC

Een van de favoriete oefeningen van de meiden - en de coaches - is de "panel-drill". Twee groepjes spelen full court en het derde team zit aan de kant, ter hoogte van de middellijn, op gemakkelijke stoelen en beziet het geheel met groeiende deskundigheid. Kijken is ook trainen, immers.
Zodra één van beide teams scoort, staat het panel op van de makkelijke stoeltjes en gooit alle deskundigheid op het gebied van starten van fastbreak en van floorbalance in de strijd. De leden van het panel zorgen dat ze zo snel mogelijk de bal krijgen uit handen van het team waartegen gescoord is en maken optimaal gebruik van de voorsprong die ze hebben op het scorende team.
Zodra het panel scoort is "defensive transition" de name of the game. De kunst is om nu zelf géén score tegen te krijgen... een ander belangrijk principe is dat van "payback": als de tegenpartij scoort, is het ook in het belang van jouw team om zakelijk, onaangedaan en vooral snel de bal in te nemen.
Meestal is het een "event-regulated" speletje: een bepaald aantal scores gehaald door een van de teams bepaalt wie er wint.
De panel-drill mag best de wereld over. Deze transitie-deskundigheid-verhogende trainingsvorm hebben we in de laatste paar jaren in ons eigen studentenbasketball-laboratorium ontwikkeld en omdat hij het nuttige met het aangename combineert, ga je dan bedenken dat dit ook een geweldige zou zijn voor een basketballkamp. Het NDBC is al een paar jaar ter ziele maar wat zou dat leuk zijn: een zaal vol met gemotiveerde basketballers, rijtjes stoelen en op alle velden zo'n oefening aan de gang....
Maar gelukkig heb je dan coach Erik Schuur - ook NDBC- op het veld naast je...

woensdag, mei 29, 2013

Ferguson vertrekt na 27 jaar. Hoe bijzonder is dat?


Heel bijzonder, vinden we allemaal. Ik word altijd in het bijzonder getriggerd door mensen die heel lang op dezelfde plek blijven in de sport. Dat zie je toch niet zo vaak. Coaches are hired to be fired. En daarmee is het maar weer een duidelijk verschil met hen die de echte wijsheid in pacht hebben: de sportcommentatoren. Hoeveel coaches, trainers en ploegleiders hebben mensen als Jack van Gelder en Mart Smeets versleten? Als je het slecht doet, blijf je zitten, leren we op school.
Zittenblijven is helemaal speciaal in het voetbal, waar coaches die lang ergens zitten (Foppe) al gauw als provinciaal worden afgedaan. En toch staren zij vaak iets van nestgevoel, van een prettig thuis uit. En is zo’n rust, zo’n gevoel van eigenheid ook niet waar de supporters van houden? Een baken van rust is Ferguson geweest. Hij bleef de baas van de draaimolen in een wereld van zeemeeuwen. (U kent het begrip “seagull-management”? Een zeemeeuw komt krijsend binnen, schijt de heleboel onder en vertrekt ook weer krijsend… ondertussen krijst ook het publiek…)
Nou was Ferguson ook wel een bijzondere coach. Meer door de manier waarop hijzelf, achteraf zijn verdiensten beschrijft, dan door zijn beroemde “kleedkamergesprekjes”. Hij is blij met de stappen die spelers bij hem hebben gemaakt. Mooi.
Het nestgevoel, met moederkloek-coaches kennen we wel in het Amerikaanse basketball: 27 jaar, precies zo lang heeft ook John Wooden, the wizard of Westwood, aan het hoofd gestaan van UCLA. Nou won die ook veel en dat zal hem ook wel geholpen hebben. Ook amateurbasketball is immers business. En winnen is de norm. Het is natuurlijk ook lastig om een coach puur op de kwaliteit van zijn coaching te evalueren. Geweldig gecoacht maar toch verloren betekent: het gevreesde telefoontje. Zo ken ik veel goede coaches.
Als ik een coach vind, die weinig heeft gewonnen, maar toch zo lang heeft gezeten, dan meld ik me weer. Mijn veronderstelling is dat de Smeetsen, de Van Gelders en de Derksens in dat geval niet zo veel interesse voor hem of haar opbrengen.

zondag, maart 10, 2013

More Mojo

De snelste manier om je mojo te laten groeien, is toch duidelijk vanuit de factor prestaties.
Nou zijn voor ons prestaties niet bij voorbaat meetbaar als wedstrijdpunten, maar wedstrijdpunten verhogen het gevoel van macht wel. Scholen beoordeel je ook niet op CITO-toetsen, maar veel scholen halen wel opgelucht adem als ze goed gescoord hebben. Voor ons was de laatste opluchting al weer even geleden....
Het leek er aanvankelijk niet op in Eelde. Het werd weer zo'n dag dat het allemaal too little- too late was. Exercitia stoof ons voorbij naar 9-0. We probeerden het wel maar we vonden geen goede versnelling en wel een deksel op de ring. Beetje laf schieten uit verlegenheid, terwijl de meiden van de tegenpartij echt gingen voor dichtbij en goed. Het scorebord in de 17e minuut zag er met 24-9 bepaald onrustbarend uit. We schakelden over op zonepress-zone en misschien daardoor gaven we de ruststand  nog een enigszins draaglijk aanzien: 24-14.
De eerste helft van de derde periode bracht nog geen omslag maar wel een beetje vertrouwen. De onervaren meiden van Exercitia waren helemaal van slag en we stapelden stop op stop. Zelf misten we nog te veel maar wel was daar opeens de aanvalsrebound. Vooral Emma en Riekje lieten zich daar zien en we bereikten daarmee een gevoel dat we niet alles hoefden raak te schieten.. Floor kwam door, gevolgd door weer twee keer Riekje uit aanvalsrebound, Yvette met bonus en Floor met drie en opeens hadden we voor het eerst sinds heel lange tijd, niet alleen aan de doelstelling van 15 punten per kwart voldaan, maar stonden we ook in de wedstrijd opeens weer op 1 punt. 30-29.
Anouk zei dan ook terecht: "al meer punten dan de hele vorige wedstrijd bij elkaar , meiden!" Daarmee was het deksel inderdaad van de ring en konden we aan onszelf en toeschouwers laten zien dat we ook 18 punten in een kwart kunnen maken. En dat is een mooie opsteker voor de mojo.
Volgende week wacht ons Dyna, in elk geval een van mijn favoriete tegenstanders, en niet omdat we daar vorige keer zo goed tegen hebben gespeeld. Als het mooie zit tegen Dyna nog in het verschiet..... met deze opgepoetste Mojo en met Eva en misschien ook Milou er weer bij zullen we dan een voorproefje kunnen krijgen van het naspel van deze competitie.....



dinsdag, januari 22, 2013

voorbeelden

Wat kan er een kracht uitgaan van voorbeelden. Laat op de zaterdagavond, als de Uilen normaal een beetje wakker beginnen te worden, zaten we aan de kant in het BVG-hol, te kijken naar die andere wedstrijd in onze poule. BVG2- Dyna. Het ging niet goed met Dyna en wel met BVG, maar ook weer wel en niet.
BVG stond ver voor, speelde wat beter als team, vond de goede schoten en schoot ze nu mis. Dyna ging over op zonepress-zone, prutste wat meer in de één tegen één maar maakte de ballen en kwam terug in de wedstrijd. We letten scherp op, vanaf de kant, op wie het helderste ijswater in de aderen had en wie er onderdoor zou gaan. Wat leuk was echter, dat beide teams de goede beslissingen bleven nemen, ook toen het heel spannend begon te worden. Leuk, intensief en precies basketball tot de buzzer.
We waren daarmee "geprimed" toen we aan onze eigen pot begonnen. Het vrijlopen ging nog niet zo goed, maar we snapten wat we daar aan moesten doen en deden dat ook. Een zone van BVG wierp ons wel eventjes weer terug omdat we wel de goede schoten maar niet de scores kregen.
De verdediging bleef echter scherp (op een enkele rotatie na) en we gingen rusten met 4 punten voorsprong. In de tweede helft bleef de zone lang staan en we vonden de gaten daarin steeds beter, terwijl we aan de andere kant ook stops bleven maken. BVG deed ook goede dingen en het ging daarom gelijk op. Uit het vierde kwart, met de game on the line kan ik me eigenlijk helemaal geen verkeerde beslissingen meer herinneren en wat ook hielp; we hadden het geluk aan onze kant. Het mooiste gebed dat werd verhoord, was de drive van Lotte, die dan ook wel heel dicht langs de hemel kwam, alvorens loodrecht binnen te vallen. Toen brak er echt iets bij de tegenstander en konden we rustig - en scherp- naar het einde toe spelen: 56-48.
Mooi. zo'n voorbeeld. Deze week valt er nog meer voorbeeld, in de vorm van stuifsneeuw. Het komt door elke kier naar binnen. We gaan dus nog maar wat zone aanval oefenen. Zone aanval is namelijk precies wat de sneeuw doet: omgekeerde kierenjacht.

donderdag, januari 03, 2013

Vrolijk Passen

Gelukkig nieuwjaar en meteen ook maar vrolijk pass-en.
The year has passed. En wij ook. Een beetje dan. Uit in Heerenveen gingen de meeste passes fout en zagen we de meeste goeie over het hoofd. Dat was aanvallend niet zo'n beste wedstrijd.
Tegen Moestasj passten we weer behoorlijk en deden we lang mee. We kregen zelfs een welgemeend compliment van coach Bill. Met lef gespeeld, vond hij. Het gevoel van samenspelen was in elk geval weer terug en dus zien we de tweede helft van de competitie met vertrouwen tegemoet.
Onze verbeteringen zitten normaal gesproken in de verdediging. Meer aandacht voor dat aspect van het spel heeft ons goed gedaan. Het accent blijft , maar daarnaast zullen we vooral de verbetering zoeken in het pass-gevoel.
Veel San Antonio kijken. Daar zegt coach Popovic dat het goede pass-werk te danken is aan de "buitenlandse" opleidingen van een groot aantal spelers. De spelers zelf hebben de ervaring, dat passen tot het beste schot, niet alleen iedereen goed in de pot houdt, maar ook het beste resultaat geeft. Ze passen zelfs goede schoten weg, als dat "great" shots oplevert. De Spurs zijn het team met de meeste collectieve assists en daar ontlenen ze hun Mojo aan.
Lijkt me ook heerlijk: assists (en ook pre-assists!) leveren warme en dankbare gevoelens.
Ik vind altijd Exercitia een beetje de Spurs van de Hoofdklasse. De bal gaat belangeloos rond en eindigt vaak bij heel goede schoten. Het zou een grote stap voor ons zijn als we die ploeg, in Paterswolde, met de eigen wapens zouden kunnen verslaan. Dan is het jaar echt goed begonnen. Met vrolijk Pass-en.