Donar heeft ons dit seizoen al mooie wedstrijden laten zien. En het is het einde dat je meestal bijblijft Een mooi einde van een wedstrijd kan ontstaan door “gallery play”, zoals laatst tegen Kortrijk. Lekkere pot. Het team staat voor, ze voelen zich goed. Vergeten is de mazzel, die je bij sport ook nodig hebt, en het gevoel groeit dat deze wedstrijd hen niet meer kan ontglippen. Soms ontstaat zelfs de illusie van onoverwinnelijkheid; vaak komen dan, met de stroom mee, de mooiste acties.
Maar minstens net zo mooi is de overwinning met de game on the line. De “buzzerbeater,” zoals die schitterende uit in Engeland, of, aan de andere kant, de ontlading na de misser van Brussel, toen het zo glad was…
Commentatoren in dat rare land over de plas werken vaak ook naar zo’n puntje-van-de-stoel-einde toe. Ze houden bij hoe spannend het kan worden: “…and it is a one possession game….”
Waar we het bij basketball over eens kunnen zijn, is dat het in de laatste minuten een heel ander spelletje wordt. “A whole new Ballgame”. Bij groot verschil krijgen de bankspelers minuten. Bij klein verschil kunnen we verwachten dat de ploeg met voorsprong voor zekerheid gaat en de bal in de ploeg probeert te houden -verstandig, maar je zou dit ook tijdrekken kunnen noemen - en dat er door de andere kant opzettelijk -logisch, maar in zekere zin onsportief- fouten worden gemaakt om de klok te stoppen.
Het einde van de wedstrijd is echt pas daar “when the fat Lady sings”. Dus daar trainen ploegen ook op. Spel met 5 tegen 5, met een score op het bord en minuten op de klok, is realistischer als training, dan de gebruikelijke partijtjes tot de zoveel. Basketball kent een levende klok en een ‘tijdsgebonden” einde. Een onverbiddelijke buzzer.
Maar basketballers kennen uit eigen ervaring op training ook de ontlading na die laatste, beslissende score heel goed. Een ‘gebeurtenis-einde’ is ook heerlijk. In officiĆ«le wedstrijden heb je zo’n einde maar heel soms. En dus gaan er ook wel stemmen op die voor een ander einde pleiten. Bijvoorbeeld de door een zekere Nick Elam bedachte manier van spelen, waarbij de klok op 4 minuten voor het einde wordt uitgezet. Vervolgens wordt er gespeeld tot een eindscore, bepaald door het aantal punten van de ploeg die voorstaat, plus een van tevoren vastgesteld aantal. (vaak gebaseerd op 10% van de gemiddelde score in die competitie, zeg tachtig punten per team) Dus bij 75-71 wordt doorgespeeld tot een van beide ploegen 75+8=83 bereikt of passeert.
Wie er ook wint: je eindigt bij deze manier van spelen met een score. Op elk schot volgt een rebound, nooit is de laatste actie uitdribbelen en ook nooit is er meer verlenging. Het Elam-einde wordt in bepaalde competities en toernooien ook inderdaad toegepast. Soms als interessant experiment, soms uit volle overtuiging. Overigens is het ook gebruikt in de NBA-All Star game. Of het daar helpt om die een beetje het aanzien waard te maken, en ook of dat ook dit jaar weer gebeurt, vraag ik me af.
Welke regels er ook gelden: Mooi wordt het verhaal van de wedstrijd vooral als een van de ploegen vanuit geslagen positie, of na het uitvallen van een topspeler er toch weer een wedstrijd van maakt.
Tolkien beschrijft het ideale sprookje: Het licht verslaat het duister… Via grote tegenslag gaan we naar een happy end. Hij noemt dit een “goede ramp”. “There are no mistakes, only happy accidents” zoals een andere 20ste eeuwse grootheid zou zeggen. Na de thee werden de bordjes verhangen…Tevreden togen de fans huiswaarts en genoten nog lang en gelukkig.
coach Kaj


