Er staat een nieuw uilenteam op de vloer. En ook een oud. Old is old and new is new and somehow the twain must mix. Omarm het nieuwe en behoudt het goede... doe het maar allemaal als coach.
We hebben cultuurdragers die het "hoe we het hier doen enzo" overbrengen op de rookies. Dat is fijn.
We hebben rookies die geweldig rennen en vragen stellen zodat we er allemaal over na moeten denken.
We staan aan het begin. De diverse combinaties worden uitgetest, het wisselschema gaat op de kop. We moeten ons opnieuw formeren.
We proberen het interne coachen van de ervaring aan de jeugd bijvoorbeeld niet aan één persoon over te laten. In de wedstrijd lukt dat, in de training vergis ik me nog wel eens. Aan de ene kant denk ik dan dat er een mooie uitdaging ligt, maar aan de andere kant levert dat nog wel eens wat frustratie op, die weer ten koste gaat van de sfeer en het ritme en dat zijn toch juist onze sterke punten.
Ritme an sich; ook zo'n dingetje: meer mensen op trainen en minder baskets betekent iets langere beurten voordat jou schot weer loskomt. Heel game-like, vind ik aan de ene kant - daar tegenover staan weer iets lagere scores en dus minder zelfvertrouwen? Deze coach wil nou net niet alles regelen.. maar toch is die keerzijde ook heel waar. In elk geval maakt dit me wel heel bewust dat ook van mijn inzet het uiterste gevraagd wordt.
Wat dit seizoen sowieso anders maakt dan het vorige, is dat we nu echt diep kunnen gaan op de training en dat we nu bijna altijd 5-5 kunnen oefenen. We zijn merkbaar veel verder dan vorig jaar om deze tijd.
Wat dit team meeneemt, is het ongekend goed reageren op vragen. Wat gaat er goed, wat niet, wat moet er gebeuren? Wat vraagt dit moment? Ik heb sinds de mannen in de seizoenen 81-84 eigenlijk nooit meer zo'n bewustzijn in het veld meegemaakt.
We hebben ook een nieuwe coach op de bank. Afgelopen zaterdag zijn eerste wedstrijd met ons team. Ging meteen prettig. Hij signaleert dingen die ik niet gezien heb of die door zijn inbreng duidelijker worden. En hij doet ook voorstellen: na een geslaagde aanval die eindigt in een score, zegt hij bijvoorbeeld: "in zo'n situatie zou een press-je goed kunnen!"
Dat vind ik ook en ik heb net tijd om te zeggen: "moet jij nu eens opletten!"
Sommige dingen hoeven we niet te zeggen. Zo'n team, bedoel ik.
Ervaringenbank van Kaj Reker, o.a. basketballcoach. MOJO, NOJO, Ubuntu En wat verder voorbijkomt.
maandag, september 28, 2015
zondag, augustus 30, 2015
de vloer op
Wat lekker om al zover te zijn, in augustus.
Vorig jaar wisten we nog niet eens of het het begin van het seizoen wel zouden halen..
Nu hebben we er al zo'n twaalf uur samen op zitten, de inbreng van het nieuwe, jonge spul weldadig laten inwerken en zelfs al aan sfeergevoel gedaan, in een ouderwets legendarisch gymzaaltje getraind en bij een vuurtje gezeten.
En we hebben al behoorlijk out of the box getraind ook... Een persoonlijke ontboezeming: ik heb deze zomer een bijzondere stap gezet. In de week dat we vroeger het NDBC deden, zette ik mijn gezin altijd af in het bos in Drente voor een weekje buitenkunst. Ook na het ter ziele gaan van onze versie van het noordelijkste basketball camp van Nederland, bleef dat een traditie. Na verloop van tijd ging ik zelf ook meedoen aan beeldende workshops, een paar jaar geleden voor het eerst afgewisseld met creatief schrijven. Zingen, dansen, toneel kon ook..... dat is niet mijn ding.
Tot deze zomer: de beschrijving van de bewegingstheaterworkshop "viewpoint methode" deed mijn voelhorens omhoog gaan. Bewegen in groepen volgens procedures, losse protocollen, principes. Dit ging om spelen in heel brede zin! Dit was hoe wij met onze teamsport ook samen zouden kunnen werken! Dit was toegepaste splitvision! Of toch niet? Zal ik wel of zal ik niet?
Ik heb een dag "raar" gedaan... en een heleboel ervaringen opgedaan, die alles met spelen te maken hebben.... Als het uitzaaien van die ervaringen ons de helft op gaan leveren van wat ik nu denk dan wordt het een heel mooie oogst. We passen al energie (of love) door, we gaan al "coalities" aan, we spelen al, dat we al drie maanden in training zijn.... en het eind is nog niet in zicht: De laatste dag van Buitenkunst heb ik namelijk ook nog aan "echt" toneel gedaan en ook daar kom ik nog op terug.... en de muziek - ook niet helemaal mijn ding- is weer de volgende stap.. we zijn nog lang niet uitgespeeld.
Ready for curtain, uiltjes? De vloer op?
Vorig jaar wisten we nog niet eens of het het begin van het seizoen wel zouden halen..
Nu hebben we er al zo'n twaalf uur samen op zitten, de inbreng van het nieuwe, jonge spul weldadig laten inwerken en zelfs al aan sfeergevoel gedaan, in een ouderwets legendarisch gymzaaltje getraind en bij een vuurtje gezeten.
En we hebben al behoorlijk out of the box getraind ook... Een persoonlijke ontboezeming: ik heb deze zomer een bijzondere stap gezet. In de week dat we vroeger het NDBC deden, zette ik mijn gezin altijd af in het bos in Drente voor een weekje buitenkunst. Ook na het ter ziele gaan van onze versie van het noordelijkste basketball camp van Nederland, bleef dat een traditie. Na verloop van tijd ging ik zelf ook meedoen aan beeldende workshops, een paar jaar geleden voor het eerst afgewisseld met creatief schrijven. Zingen, dansen, toneel kon ook..... dat is niet mijn ding.
Tot deze zomer: de beschrijving van de bewegingstheaterworkshop "viewpoint methode" deed mijn voelhorens omhoog gaan. Bewegen in groepen volgens procedures, losse protocollen, principes. Dit ging om spelen in heel brede zin! Dit was hoe wij met onze teamsport ook samen zouden kunnen werken! Dit was toegepaste splitvision! Of toch niet? Zal ik wel of zal ik niet?
Ik heb een dag "raar" gedaan... en een heleboel ervaringen opgedaan, die alles met spelen te maken hebben.... Als het uitzaaien van die ervaringen ons de helft op gaan leveren van wat ik nu denk dan wordt het een heel mooie oogst. We passen al energie (of love) door, we gaan al "coalities" aan, we spelen al, dat we al drie maanden in training zijn.... en het eind is nog niet in zicht: De laatste dag van Buitenkunst heb ik namelijk ook nog aan "echt" toneel gedaan en ook daar kom ik nog op terug.... en de muziek - ook niet helemaal mijn ding- is weer de volgende stap.. we zijn nog lang niet uitgespeeld.
Ready for curtain, uiltjes? De vloer op?
vrijdag, juli 17, 2015
Billballogrammen
Bill deed het op zijn manier. En altijd vond hij wel mensen die het op zijn manier wilden doen. Een tijdje liepen ze mee aan de hand van de "guru". En dan werd het wel eens teveel Bill's manier en dan gingen ze hun eigen weg. Meestal om dan later nog eens om te kijken en te zien dat het bij Bill toch ook goed was geweest. Hij drukte zijn stempel op de explosieve groei die basketbal in Stad doormaakte in de jaren 70 en 80. Bill Pijl is er niet meer. Aan Bill's hand kan niemand meer zijn weg vinden, met warmte omkijken is makkelijk.
Ik heb eigenlijk nooit in Bill's kamp gezeten, in elk geval niet toen ik jong was. Want ik deed het ook op mijn manier, hoewel ik niet echt een manier had. Wel anders. Je was van BVG of tegen BVG. Mijn makkers van het "Groninger Coaches Kollectief" (met een K, ja) kregen wel eens een sneer in een "Billballogram", zoals Bill zijn tweets avant la lettre in het programmablad van BVG noemde. En daar reageerden wij dan weer op. Om een eigen manier te ontwikkelen, helpt het ook heel erg als er iemand is, waar je het niet mee eens bent.
Ruim tien jaar geleden gingen we opeens samenwerken op enkele trainerscursussen. Hij, als leraar, functioneerde als specialist en ik, als specialist, moest me richten op het lesgeven van de kandidaten voor de BT4 cursus. Voor ons allebei was dat even wennen en aan elkaar als partner moesten we ook wennen. Maar toen we bij elkaar zaten bleek een grappige parallel, toen we bij hem thuis zagen dat we allebei op dezelfde manier met onze Amerikaanse literatuur omgingen: Bill schreef veel op over het spelletje en ik ook. Bill las veel praatte veel en bleef altijd denken. ik ook. En wat helemaal grappig was: allebei hebben we altijd de stofomslagen uitgeknipt en op de linnen kaften geplakt. Dan kon je de boeken ook echt gebruiken, vonden we en dan konden ze in de sporttas.
Vanaf het moment dat we dat zagen, was het ijs gebroken en hebben we vervolgens ook uitstekend samengewerkt in die trainerscursus. Ik moet hier voor mezelf spreken maar ik denk dat we zelf nog het meeste van die samenwerking hebben opgestoken.
In elk geval bleef daarna altijd de waardering voor elkaars eigen weg - soms met een venijnig grapje - altijd met een hand en een blik van verstandhouding.
Ik heb eigenlijk nooit in Bill's kamp gezeten, in elk geval niet toen ik jong was. Want ik deed het ook op mijn manier, hoewel ik niet echt een manier had. Wel anders. Je was van BVG of tegen BVG. Mijn makkers van het "Groninger Coaches Kollectief" (met een K, ja) kregen wel eens een sneer in een "Billballogram", zoals Bill zijn tweets avant la lettre in het programmablad van BVG noemde. En daar reageerden wij dan weer op. Om een eigen manier te ontwikkelen, helpt het ook heel erg als er iemand is, waar je het niet mee eens bent.
Ruim tien jaar geleden gingen we opeens samenwerken op enkele trainerscursussen. Hij, als leraar, functioneerde als specialist en ik, als specialist, moest me richten op het lesgeven van de kandidaten voor de BT4 cursus. Voor ons allebei was dat even wennen en aan elkaar als partner moesten we ook wennen. Maar toen we bij elkaar zaten bleek een grappige parallel, toen we bij hem thuis zagen dat we allebei op dezelfde manier met onze Amerikaanse literatuur omgingen: Bill schreef veel op over het spelletje en ik ook. Bill las veel praatte veel en bleef altijd denken. ik ook. En wat helemaal grappig was: allebei hebben we altijd de stofomslagen uitgeknipt en op de linnen kaften geplakt. Dan kon je de boeken ook echt gebruiken, vonden we en dan konden ze in de sporttas.
Vanaf het moment dat we dat zagen, was het ijs gebroken en hebben we vervolgens ook uitstekend samengewerkt in die trainerscursus. Ik moet hier voor mezelf spreken maar ik denk dat we zelf nog het meeste van die samenwerking hebben opgestoken.
In elk geval bleef daarna altijd de waardering voor elkaars eigen weg - soms met een venijnig grapje - altijd met een hand en een blik van verstandhouding.
zaterdag, juli 04, 2015
kleding en sieradenlijn?
Het moet maar eens gaan over sportkleding. Ja daar is aanleiding toe door de kijksport bikinivolleybal. (Even terzijde: voor de inspanningen heb ik respect: het spelletje wordt in rul zand gespeeld, waar je heel goed voetenwerk van krijgt, wist u dat? Ik kan me herinneren dat we met Olympia vroeger wel eens een verspringbak hebben gemaltraiteerd... of was dat echt met Uilen?)
Maar we zouden het over kleren hebben.. of het gebrek daar aan.
Een paar weken geleden had ik het met een collega vrouwencoach (geheel toevallig een volleyballer) erover hoe serieus basketball voor vrouwen genomen moet worden. Niet. Vond hij. Als het een serieuze sport was, dan hadden we er wel kleding voor ontworpen, was zijn argument. Daarom krijgt de RUG trots op volleyballgebied een mooie shirtsponsor en moeten de Uilen hun geld op festivals verdienen.
Dit argument had ik nog nooit gehoord... Maar het zette me wel aan het denken en aan het zoeken. Mijn meiden zijn op de hoogte van dit soort dingen en wezen fijntjes op de strakke "onesies" van de Australische basketballploeg en ze beweerden zelfs, dat de Russinnen tegenwoordig in rokjes spelen??? Werkelijk? Net als de (in Nederland) hoogst serieus genomen hockeysport?
Kunt u zich hierbij iets voorstellen? Mijn meiden wel...
Sinds een paar jaar - hoezo basketball in Nederland ontwikkelt zich niet? - is het bij de studentenclubs gebruikelijk met een "lelijke shirtjes-training" het seizoen af te sluiten.
De trots van het Noord Nederlandse basketball, presenteerde hier een geheel eigen visie, door in jurkjes op te komen draven. (En ja dat hebt u goed gezien: dat ene schattige meisje met baard is gewoon een man, ons onvolprezen trainingsbeest Munky)
Of er een nieuwe kledingsponsor voor de Uilen gevonden was, kopte Ibasketball, een site voor liefhebbers. Nog niet, maar dat willen ze wel graag. En daarbij zijn kortere broekjes niet uitgesloten. Over het aantal centimeters op de heup moet dan nog onderhandeld worden, maar als u belangstelling hebt, zou ik hoog inzetten... smal bedoel ik. Mijn zegen hebt u. Basketballbenen kunnen het daglicht heel goed velen..
Bikinibasketball zal het toch echter niet worden, als het ook nog een beetje aan mij ligt. In het laatste nummer van Psychologie Magazine staat namelijk dat vrouwen slechter presteren in weinig verhullende (lees: blote) kleding. Of het onderzoek de nu gangbare toets van wetenschappelijke integriteit kan doorstaan is twijfelachtig, maar getest is er en blote vrouwen bleken slechter in wiskunde.... Dat zou komen door het ongemak van zich bekeken voelen.
Wij gaan het doen volgens de formule: goed presteren > zelfvertrouwen over wat we laten zien > iets meer been omdat dat dan kan.
En over uiterlijkheden gesproken... weet u nog dat we het over de belangrijkste chemische component van ons spel hadden? Weet u wat de speelster in dat verhaal van haar vriendje als verjaardagscadeautje heeft gekregen? ...... een sieraad in de vorm van een molecuulstructuur..... u mag raden welke molecuul. en spieken in dit blog ergens in januari...
Maar we zouden het over kleren hebben.. of het gebrek daar aan.
Een paar weken geleden had ik het met een collega vrouwencoach (geheel toevallig een volleyballer) erover hoe serieus basketball voor vrouwen genomen moet worden. Niet. Vond hij. Als het een serieuze sport was, dan hadden we er wel kleding voor ontworpen, was zijn argument. Daarom krijgt de RUG trots op volleyballgebied een mooie shirtsponsor en moeten de Uilen hun geld op festivals verdienen.
Dit argument had ik nog nooit gehoord... Maar het zette me wel aan het denken en aan het zoeken. Mijn meiden zijn op de hoogte van dit soort dingen en wezen fijntjes op de strakke "onesies" van de Australische basketballploeg en ze beweerden zelfs, dat de Russinnen tegenwoordig in rokjes spelen??? Werkelijk? Net als de (in Nederland) hoogst serieus genomen hockeysport?
Kunt u zich hierbij iets voorstellen? Mijn meiden wel...
De trots van het Noord Nederlandse basketball, presenteerde hier een geheel eigen visie, door in jurkjes op te komen draven. (En ja dat hebt u goed gezien: dat ene schattige meisje met baard is gewoon een man, ons onvolprezen trainingsbeest Munky)
Of er een nieuwe kledingsponsor voor de Uilen gevonden was, kopte Ibasketball, een site voor liefhebbers. Nog niet, maar dat willen ze wel graag. En daarbij zijn kortere broekjes niet uitgesloten. Over het aantal centimeters op de heup moet dan nog onderhandeld worden, maar als u belangstelling hebt, zou ik hoog inzetten... smal bedoel ik. Mijn zegen hebt u. Basketballbenen kunnen het daglicht heel goed velen..
Bikinibasketball zal het toch echter niet worden, als het ook nog een beetje aan mij ligt. In het laatste nummer van Psychologie Magazine staat namelijk dat vrouwen slechter presteren in weinig verhullende (lees: blote) kleding. Of het onderzoek de nu gangbare toets van wetenschappelijke integriteit kan doorstaan is twijfelachtig, maar getest is er en blote vrouwen bleken slechter in wiskunde.... Dat zou komen door het ongemak van zich bekeken voelen.
Wij gaan het doen volgens de formule: goed presteren > zelfvertrouwen over wat we laten zien > iets meer been omdat dat dan kan.
En over uiterlijkheden gesproken... weet u nog dat we het over de belangrijkste chemische component van ons spel hadden? Weet u wat de speelster in dat verhaal van haar vriendje als verjaardagscadeautje heeft gekregen? ...... een sieraad in de vorm van een molecuulstructuur..... u mag raden welke molecuul. en spieken in dit blog ergens in januari...
zondag, mei 10, 2015
Rebound rules
Overtuigende verhalen werken ook als ze niet helemaal overtuigen...Voor de eerste wedstrijd in de final four was alles al gezegd: benchmark defense, niets te verliezen, plezier is ons grootste wapen... Na de wedstrijd van vorige week was er eerst denial: zo dik hadden we niet verloren, dat kon niet... maar tegen de laatste training zat de coach toch danig om een praatje verlegen. Hoe maak je het behapbaar en meteen duidelijk wat de essentie van de laatste pot zou zijn?
De vergelijking met rebounds drong zich op: de schutter hoeft niet te denken dat de bal mis zal gaan maar al haar teamgenoten bereiden zich wel meteen bij 'los"op het ergste voor.
We hadden gemist in die eerste wedstrijd, ondanks het goede gevoel van te voren, en gaan nu met z'n allen voor de rebound.
Coach Rick Pitino (nu Louisville, maar ook Knicks, Kentucky en Celtics) heeft daar een boekje over geschreven dat al heel lang (nog steeds ongelezen) in mijn kast staat: Rebound rules. Het blijkt eigenlijk te gaan over het omgaan met tegenslagen en over comebacks.
Bladeren voor een ingeving en meteen in het voorwoord vertelt hij over een comeback in 15:30 minuten van een achterstand van 31 punten.. Dat kan natuurlijk geen toeval zijn.
Natuurlijk ga je bij zo'n achterstand niet als coach de knuistjes op elkaar laten leggen en vertellen dat je gaat winnen. Maar het gevoel dat een goede aanval een goede aanval uit kan lokken zeker met tussendoor een goede verdediging, dat gelooft een ploegje misschien wel. En voor de nerds in het team het rekensommetje: elke periode 8 punten inlopen levert 32 op. Ik vertel het de donderdag voor de wedstrijd en ontmoet welwillende halve glimlachjes, de meeste vooral ongelovig. Logisch.
En je weet hoe onwaarschijnlijk het is dat dat ook lukt... maar je weet ook dat hoefijzers boven de deur ook schijnen te werken als je er niet in gelooft..
In Amsterdam, tegen de thuis ongeslagen gebleven koploper blijkt dat we erin geloven. We geloven in onszelf en laten de Uilen zien zoals we dat het hele seizoen geweest zijn: tegen de verdrukking in, tegen elk redelijk denken in, doen we het weer: We geven onszelf de schoten waarop te rebounden valt, we zijn dus bij elke terugkaats-situatie en draaien de meeste in ons voordeel om. Tot de rust draaien we gewoon op dat onmogelijke schema en staan we 17 punten los. In het derde kwart passeren we onze grootste voorsprong: 22 punten. Zal het dan toch? Nou dat dan net niet: We winnen op grootste wijze met 58-48. Dat is niet genoeg voor de finale.
Rebound is geen sprookje: het is gewoon uitstekend gelukte non fictie. Een optelsom van willen, mouwen opstropen, geloven en kunnen. Met een bijzonder gevoel schrijven we zelf een slot aan een verhaal van een bijzonder seizoen. Met onze eigen regels van de rebound.
maandag, mei 04, 2015
ping pong, play offs en water
Een goede oud collega van mij is Jan Vlieg. Jan Vlieg was tafeltenniscoach en -orakel.
Hij beschreef eens, op een sportleidersvergadering, hoe hij de bevrijde Bettine Vriesekoop liet trainen in het Noorderplantsoen. Net zo vaak tegen de heuvel op als een game duurde en dat was toen tot de éénentwintig.... Het eerste klimmetje stond voor een puntje tegen een Belgische, dan eentje tegen een Duitse, een Poolse en aan het eind zaten de Russinnen, Japansen en tenslotte een paar Chinesen. Puntje voor puntje. Twee verschil aan het eind.
Puntjes; daar ging het ook om in de playoffs in de NBA tussen Spurs en Clippers. Basketballers vinden "twee verschil" iets voor mentale watjes. Big shots in game seven. Ik hou erg van het principe van play-offs. Spelen per hele wedstrijd, zo hoort het. Je hoeft een veldslag niet dik te winnen om hem te winnen. Dik verliezen maakt ook niet uit voor je volgende kans. Om het Nederlands kampioenschap bij de vrouwen is het na 3-0 nu 3-2 geworden, dus ook daar kan nog een zevende wedstrijd komen.
Ik zit als coach van de Uilenvrouwen toch een beetje met een kater. Bij ons één niveau lager, gaat het om de punten uit twee wedstrijden. Thuis dik verloren en dan begin je wedstrijd twee met een achterstand. Alsof je halverwege een veldslag onderbreekt en vervolgens van slagveld wisselt. Terwijl je weet, dat je op een goede dag van Amsterdam kunt winnen, al is het misschien maar met één punt.... en dat je dan dus niet kansloos zou zijn.
Even weer terug naar Bettine Vriesekoop. Mooi stuk over tafeltennis en Chinezen van haar hand in de Volkskrant waaruit ik graag even wil citeren:
"Pingpanqiu ..... past bij het zogenaamde 'waterige' Chinese denken. Waterig omdat de Chinese geest zich gemakkelijk aanpast aan alle omstandigheden, zich ervan bewust dat veel handelen in het niet-handelen zit. Zo efficient mogelijk, met zo min mogelijk energie, de tegenstander op het verkeerde been zetten, altijd vanuit het 'zhong', het centrum."
Lao Tse was een tafeltennisser, zeg maar. Maar ook een basketballer. Niet voor niets merkt Vriesekoop op, dat overal in China tienduizenden basketballpleintjes zijn ingericht (daar vast ook niet overal netjes...) Ik zie veel parallellen en voorspel dan ook een grote toekomst voor het Chinese basketball.
Mijn meiden zijn ergens ook wel waterig, vinden doorgaans wel het laagste punt in de verdediging en klotsen daar dan soepel binnen. Onze kans is nu klein, omdat we afgelopen zaterdag teveel speelden als aparte flesjes water dat helaas pas na de wedstrijd, in de vorm van tranen samenvloeide. Komende week zullen we alles weer als één vormeloze plas bij elkaar gieten en dan doen we in Amsterdam toch maar alsof het nog één wedstrijd is.. Zoals het in basketball hoort.
Hij beschreef eens, op een sportleidersvergadering, hoe hij de bevrijde Bettine Vriesekoop liet trainen in het Noorderplantsoen. Net zo vaak tegen de heuvel op als een game duurde en dat was toen tot de éénentwintig.... Het eerste klimmetje stond voor een puntje tegen een Belgische, dan eentje tegen een Duitse, een Poolse en aan het eind zaten de Russinnen, Japansen en tenslotte een paar Chinesen. Puntje voor puntje. Twee verschil aan het eind.
Puntjes; daar ging het ook om in de playoffs in de NBA tussen Spurs en Clippers. Basketballers vinden "twee verschil" iets voor mentale watjes. Big shots in game seven. Ik hou erg van het principe van play-offs. Spelen per hele wedstrijd, zo hoort het. Je hoeft een veldslag niet dik te winnen om hem te winnen. Dik verliezen maakt ook niet uit voor je volgende kans. Om het Nederlands kampioenschap bij de vrouwen is het na 3-0 nu 3-2 geworden, dus ook daar kan nog een zevende wedstrijd komen.
Ik zit als coach van de Uilenvrouwen toch een beetje met een kater. Bij ons één niveau lager, gaat het om de punten uit twee wedstrijden. Thuis dik verloren en dan begin je wedstrijd twee met een achterstand. Alsof je halverwege een veldslag onderbreekt en vervolgens van slagveld wisselt. Terwijl je weet, dat je op een goede dag van Amsterdam kunt winnen, al is het misschien maar met één punt.... en dat je dan dus niet kansloos zou zijn.
Even weer terug naar Bettine Vriesekoop. Mooi stuk over tafeltennis en Chinezen van haar hand in de Volkskrant waaruit ik graag even wil citeren:
"Pingpanqiu ..... past bij het zogenaamde 'waterige' Chinese denken. Waterig omdat de Chinese geest zich gemakkelijk aanpast aan alle omstandigheden, zich ervan bewust dat veel handelen in het niet-handelen zit. Zo efficient mogelijk, met zo min mogelijk energie, de tegenstander op het verkeerde been zetten, altijd vanuit het 'zhong', het centrum."
Lao Tse was een tafeltennisser, zeg maar. Maar ook een basketballer. Niet voor niets merkt Vriesekoop op, dat overal in China tienduizenden basketballpleintjes zijn ingericht (daar vast ook niet overal netjes...) Ik zie veel parallellen en voorspel dan ook een grote toekomst voor het Chinese basketball.
Mijn meiden zijn ergens ook wel waterig, vinden doorgaans wel het laagste punt in de verdediging en klotsen daar dan soepel binnen. Onze kans is nu klein, omdat we afgelopen zaterdag teveel speelden als aparte flesjes water dat helaas pas na de wedstrijd, in de vorm van tranen samenvloeide. Komende week zullen we alles weer als één vormeloze plas bij elkaar gieten en dan doen we in Amsterdam toch maar alsof het nog één wedstrijd is.. Zoals het in basketball hoort.
maandag, maart 30, 2015
dingen die gebeuren
Het rommelt. Er gebeuren dingen in het team.
Ook dingen die echt voor het eerst gebeuren. We stonden als coaches werkelijk met onze ogen te klapperen: Je hebt van die competitieve oefeningen, waarbij de overschakeling naar de volgende fase in de oefening zit ingebakken. Wie het eerst komt het eerst maalt. Ik heb in mijn lange ervaring als coach nog nooit meegemaakt dat als twee speelsters het niet eens zijn wie het eerst komt, er toch eentje gaat malen en de ander gewoon stopt. Nou is die eerste wel een ratje..... maar toch snapt niemand nummer twee en de hele organisatie van de oefening piept en knarst maar gaat op de een of andere manier toch door.... We krabben eens op ons hoofd en kijken elkaar aan....
Iets anders wat bijna nooit gebeurt - dit ongelukkige geluksseizoen in elk geval niet - is dat we twee trainingen achter elkaar 5-5 kunnen spelen. Geweldig leuk en nuttig om de speelsters aan de ene kant te kunnen stopzetten en corrigeren en laten herkansen - en andere andere kant ze in teamverband in hun eigen sop te laten gaarkoken. Beide doen we in deze fase van het seizoen graag, maar onwennig is dat wel. Ze stoppen of ze laten soppen.... wat willen die coaches nou?
De teams mogen de ene keer hun eigen timeouts vullen, een volgende krijgen ze weer input... Hoe hard het moet zeggen we niet... ze merken het toch als de andere partij harder gaat? Het spel golft op training. Maar er is duidelijk ontwikkeling. Mag het overall nog iets harder? Ja. Moet de groep dat ook van binnenuit regelen? Graag.
Ook in de wedstrijd gebeurt dat. Nummer 2 Almonte uit Eindhoven komt voor het eerst op bezoek. We doen het nog steeds zonder Lies - voor het laatst hopen we - en we spelen eigenlijk heel goed. Een van de beste wedstrijden van het seizoen. En ook deze westrijd golft.. Delen hebben we de overhand, dan weer loopt Almonte opeens weer in of weg.
Tot op het laatst is het bloedspannend een schitterende run brengt ons twee voor met weinig op de klok. A whole new ballgame. Taktische beslissingen. Gefocust zijn op winnen is geen garantie voor succes. Een kleine vergissing met grote gevolgen. We krijgen de driepunter tegen en die gaat binnen. Het blijft een tactisch eindspel maar het valt net niet onze kant op.. 73-74.
Leerzaam - de ontwikkeling krijgt weer een zet - maar wel echt balen. Het vervolg op de competitie had zeker gesteld kunnen zijn maar is dat nu nog niet. De drie wedstrijden die nog zijn te gaan, gaan nog ergens om.
En nog iets wat nog niet eerder is gebeurd: de lokale TV kijkt mee! De reporter had een cameraman bij zich die een beetje op leeftijd was, zei hij.... Daarmee kon je nu eenmaal bij slecht weer geen buitensport gaan bekijken........ maandag op OOG.
op 11april weer in het WAS-theater: koploper US. Vast niet weer op TV. De thuisblijvers hebben nu alvast ongelijk.
Ook dingen die echt voor het eerst gebeuren. We stonden als coaches werkelijk met onze ogen te klapperen: Je hebt van die competitieve oefeningen, waarbij de overschakeling naar de volgende fase in de oefening zit ingebakken. Wie het eerst komt het eerst maalt. Ik heb in mijn lange ervaring als coach nog nooit meegemaakt dat als twee speelsters het niet eens zijn wie het eerst komt, er toch eentje gaat malen en de ander gewoon stopt. Nou is die eerste wel een ratje..... maar toch snapt niemand nummer twee en de hele organisatie van de oefening piept en knarst maar gaat op de een of andere manier toch door.... We krabben eens op ons hoofd en kijken elkaar aan....
Iets anders wat bijna nooit gebeurt - dit ongelukkige geluksseizoen in elk geval niet - is dat we twee trainingen achter elkaar 5-5 kunnen spelen. Geweldig leuk en nuttig om de speelsters aan de ene kant te kunnen stopzetten en corrigeren en laten herkansen - en andere andere kant ze in teamverband in hun eigen sop te laten gaarkoken. Beide doen we in deze fase van het seizoen graag, maar onwennig is dat wel. Ze stoppen of ze laten soppen.... wat willen die coaches nou?
De teams mogen de ene keer hun eigen timeouts vullen, een volgende krijgen ze weer input... Hoe hard het moet zeggen we niet... ze merken het toch als de andere partij harder gaat? Het spel golft op training. Maar er is duidelijk ontwikkeling. Mag het overall nog iets harder? Ja. Moet de groep dat ook van binnenuit regelen? Graag.
Ook in de wedstrijd gebeurt dat. Nummer 2 Almonte uit Eindhoven komt voor het eerst op bezoek. We doen het nog steeds zonder Lies - voor het laatst hopen we - en we spelen eigenlijk heel goed. Een van de beste wedstrijden van het seizoen. En ook deze westrijd golft.. Delen hebben we de overhand, dan weer loopt Almonte opeens weer in of weg.
Tot op het laatst is het bloedspannend een schitterende run brengt ons twee voor met weinig op de klok. A whole new ballgame. Taktische beslissingen. Gefocust zijn op winnen is geen garantie voor succes. Een kleine vergissing met grote gevolgen. We krijgen de driepunter tegen en die gaat binnen. Het blijft een tactisch eindspel maar het valt net niet onze kant op.. 73-74.
Leerzaam - de ontwikkeling krijgt weer een zet - maar wel echt balen. Het vervolg op de competitie had zeker gesteld kunnen zijn maar is dat nu nog niet. De drie wedstrijden die nog zijn te gaan, gaan nog ergens om.
En nog iets wat nog niet eerder is gebeurd: de lokale TV kijkt mee! De reporter had een cameraman bij zich die een beetje op leeftijd was, zei hij.... Daarmee kon je nu eenmaal bij slecht weer geen buitensport gaan bekijken........ maandag op OOG.
op 11april weer in het WAS-theater: koploper US. Vast niet weer op TV. De thuisblijvers hebben nu alvast ongelijk.
zondag, maart 08, 2015
bekijken waard
Hee Grunnegers. Wist u dat het vrouwenteam van Groene Uilen echt het bekijken wel waard is? Er gebeuren steeds mooie dingen in de WAS en op de weg. Nu zaterdag laat de ploeg Top 4 concurrent Jugglers weer op onnavolgbare wijze de hielen zien. Een flinke voorsprong werd in de eerste helft opgebouwd met flitsend aanvallen en onverzettelijk verdedigen. 42-25 tegen een ploeg met zoveel ervaring, met meer lengte en met meer spierkracht was gewoon knap.
De tegenstander nog een keer 25 in de tweede helft laten maken en zelf tenminste 9 punten maken was het doel. Offense sells tickets, defense wins games. Zonder dat doel nou helemaal te halen..... haalde deze groep winnaars wel de eindstreep met een paar punten over. Spanning maakte het gemis aan flitsends in de tweede helft meer dan goed, dacht deze partijdige toeschouwer.
Maar misschien heeft die het wel mis. Want die tickets, daar wou ik het nog even over hebben.....
Een avondje DAS of een avondje Almonte wordt heel wat beter bezocht dan het gemiddelde avondje WAS... De alomtegenwoordige Kris "van de Uilen" was bij die belangrijke vrije worpen aan het einde verantwoordelijk voor het enige afleidende roffeltje.... Kris blij, vaders, moeders blij natuurlijk, wij rondom het team allemaal blij natuurlijk maar waar waren de supportersscharen? Het leek wel Hoofddorp....
Volgens mij verdienen de meiden meer bekijks. Elke wedstrijd is nog een evenement geweest met wendingen, opstandingen, voldoende oogstrelende, onwaarschijnlijke acties en magnifieke vergissingen. Ik zeg: Het bekijken waard, Grunnegers!
PS... deze staat op video... maar dat is toch anders.....
De tegenstander nog een keer 25 in de tweede helft laten maken en zelf tenminste 9 punten maken was het doel. Offense sells tickets, defense wins games. Zonder dat doel nou helemaal te halen..... haalde deze groep winnaars wel de eindstreep met een paar punten over. Spanning maakte het gemis aan flitsends in de tweede helft meer dan goed, dacht deze partijdige toeschouwer.
Maar misschien heeft die het wel mis. Want die tickets, daar wou ik het nog even over hebben.....
Een avondje DAS of een avondje Almonte wordt heel wat beter bezocht dan het gemiddelde avondje WAS... De alomtegenwoordige Kris "van de Uilen" was bij die belangrijke vrije worpen aan het einde verantwoordelijk voor het enige afleidende roffeltje.... Kris blij, vaders, moeders blij natuurlijk, wij rondom het team allemaal blij natuurlijk maar waar waren de supportersscharen? Het leek wel Hoofddorp....
Volgens mij verdienen de meiden meer bekijks. Elke wedstrijd is nog een evenement geweest met wendingen, opstandingen, voldoende oogstrelende, onwaarschijnlijke acties en magnifieke vergissingen. Ik zeg: Het bekijken waard, Grunnegers!
PS... deze staat op video... maar dat is toch anders.....
zondag, februari 08, 2015
topsportteam
Wanneer is een team een topsportteam?
Binnen de faculteit van de sport aan onze universiteit/hogeschool zijn we het daar niet over eens.
In tijden van overvloed aan trainingsmiddelen, studieduur en vrije tijd, hanteerden we (en bij "ons" hoorde toen ook iemand als Joop Alberda) de stelregel dat je dan ca 7 uur per week met de sport bezig moest zijn. Donar was topsport: als studententeam in de eredivisie trainden die 3 keer in de week 1,5 uur plus wedstrijd. Als Nationale Nederlanden Donar gingen ze naar 4 x per week.
Tegenwoordig is dat wat verschoven: mijn meiden trainen ook drie keer per week 1,5 uur, doen aan krachttraining, geven training en coachen lagere teams of zitten in bestuur of commissie: tenminste 8 uur per week direct betrokken bij hun (top)sport. Daarnaast moeten ze het hele land door reizen, om vervolgens op een zaterdagavond in het allerminst bruisende Hoofddorp een alleszins bruisende pot te spelen en te winnen. Twee-en-eenhalf uur heen en terug + twee uur spelen + omkleden = nog eens 8 uur. Een topsporter moet ook perse na zo'n trip met de benen omhoog voor een groot deel van de zondag. De spelers van Donar hebben een contract, bij ons heet dat gewoon een spelerskaart. Dus ze betalen contributie en ACLOkaart dus tel daar nog maar wat gesleep in werkacties en gesjouw om sponsors af te lopen om al dat gereis te betalen bij en een week aan sport met uitwedstrijd is gerust 20 uur.
Je hebt ook een helweek zoals deze, waar we nu in zitten: drie wedstrijden in één week, waarvan die van dinsdag (!) 20.00 in Maassluis (bijna Engeland....) wel duidelijk maakt dat in elk geval de BasketballBond je wél als topsportploeg beschouwt....
En ondertussen zijn er gewoon wel stages, verplichte colleges, coschappen en tentamenweken. Ouders bezoeken, feestjes, vrienden... alles wat niet direct om sport of studie heen zit kun je wel vergeten.
En dan hoor je dus bij de beste 10 teams van Nederland in je eigen tak van sport, je bent het enige vrouwen team op enig niveau in Noord Nederland en dan is het oordeel van sommigen nog, dat je eigenlijk niet goed genoeg bent. Niet goed genoeg voor ondersteuning vanuit het profileringsfonds van een van beide hoger onderwijsorganisaties. Niet interessant genoeg voor sponsors of krant ook.
In mijn boekje is het wél topsport. En de meiden van mijn topteam gelukkig ook. Er moet wel iets tegenover staan.... we regelen het zelf wel; dus we staan er gewoon weer, in Maassluis, dinsdag. Toppers.
Binnen de faculteit van de sport aan onze universiteit/hogeschool zijn we het daar niet over eens.
In tijden van overvloed aan trainingsmiddelen, studieduur en vrije tijd, hanteerden we (en bij "ons" hoorde toen ook iemand als Joop Alberda) de stelregel dat je dan ca 7 uur per week met de sport bezig moest zijn. Donar was topsport: als studententeam in de eredivisie trainden die 3 keer in de week 1,5 uur plus wedstrijd. Als Nationale Nederlanden Donar gingen ze naar 4 x per week.
Tegenwoordig is dat wat verschoven: mijn meiden trainen ook drie keer per week 1,5 uur, doen aan krachttraining, geven training en coachen lagere teams of zitten in bestuur of commissie: tenminste 8 uur per week direct betrokken bij hun (top)sport. Daarnaast moeten ze het hele land door reizen, om vervolgens op een zaterdagavond in het allerminst bruisende Hoofddorp een alleszins bruisende pot te spelen en te winnen. Twee-en-eenhalf uur heen en terug + twee uur spelen + omkleden = nog eens 8 uur. Een topsporter moet ook perse na zo'n trip met de benen omhoog voor een groot deel van de zondag. De spelers van Donar hebben een contract, bij ons heet dat gewoon een spelerskaart. Dus ze betalen contributie en ACLOkaart dus tel daar nog maar wat gesleep in werkacties en gesjouw om sponsors af te lopen om al dat gereis te betalen bij en een week aan sport met uitwedstrijd is gerust 20 uur.
Je hebt ook een helweek zoals deze, waar we nu in zitten: drie wedstrijden in één week, waarvan die van dinsdag (!) 20.00 in Maassluis (bijna Engeland....) wel duidelijk maakt dat in elk geval de BasketballBond je wél als topsportploeg beschouwt....
En ondertussen zijn er gewoon wel stages, verplichte colleges, coschappen en tentamenweken. Ouders bezoeken, feestjes, vrienden... alles wat niet direct om sport of studie heen zit kun je wel vergeten.
En dan hoor je dus bij de beste 10 teams van Nederland in je eigen tak van sport, je bent het enige vrouwen team op enig niveau in Noord Nederland en dan is het oordeel van sommigen nog, dat je eigenlijk niet goed genoeg bent. Niet goed genoeg voor ondersteuning vanuit het profileringsfonds van een van beide hoger onderwijsorganisaties. Niet interessant genoeg voor sponsors of krant ook.
In mijn boekje is het wél topsport. En de meiden van mijn topteam gelukkig ook. Er moet wel iets tegenover staan.... we regelen het zelf wel; dus we staan er gewoon weer, in Maassluis, dinsdag. Toppers.
zondag, februari 01, 2015
streak met accent
Je doet het perfect of je doet het niet! Een 10- is ook een onvoldoende! Only perfect practice makes perfect! De boog moet altijd gespannen staan! Ik geef altijd 110%! Je hoort dat soort kreten wel eens voorbijkomen.
Perfectionisme, het idee dat iets foutloos moet zijn en dat het anders niet goed is, kreeg je in de sport vroeger eigenlijk altijd wel mee. Bij mij veranderde er iets toen ik las over een goeie jongleur die er in slaagde om zeven ballen in de lucht te houden. Natuurlijk was hem dat niet aan komen waaien; dat had hij geleerd door veel te laten vallen. (boven een tafel, dat scheelt bukken) De jongleur beschreef zijn eigen drang naar beter jongleren, het meester worden over de ballen: "Perfectioneren van jongleren met 7 ballen vormt voor mij geen prikkel meer. Dan ga ik liever met 8 aan de gang of met het invoegen van andere voorwerpen: fakkels, appels, knuffels. Perfect is dood; ik wil verder." Het word "comfortzone" bestond nog niet, gelukkig.
Epke gaat straks voor vijfvoudig. Een hogere moeilijkheidsgraad levert meer op dan een 10. Basketballen is een onvergelijkbare grootheid in alle complexiteit en groei als speler heeft veel verschijningsvormen. Soms is simpeler beter, soms is meer keuze hebben een kwelling: essentieel is en blijft fouten maken. En dat dan het liefst op een hoog niveau. Falen bestaat niet; alles is feedback. Wat geeft een misser onder vrienden nou helemaal?
We bakken dat in, op de training. Als wij schieten, dan hanteren we de "accentregel": 7 "achter elkaar maken" maar dan mag er steeds best eentje tussendoor mis. Twee missers in a row betekent dan wel terug naar nul. We hopen dat dan gevoelsmatig het accent op het ritme van het schot en de uitvoering komt te liggen en dat het resultaat daaruit juist volgt. Op het schieten en niet op het maken.
Om ook een mooi schot te krijgen met een goede aanvliegroute, belonen we dan een "swish" (ringloos) met twee punten. "Ringloos = dubbel".
Eigenlijk is het schieten weer een metafoor voor iets groters, bedacht de andere helft van onze coaching staff: onze reguliere streak in de promotiedivisie was vorige week dan gestopt tegen US op zeven maar als het bij één misser tussendoor blijft, dan is de streak volgens het principe hierboven toch nog intact? We gaan zo door, lijkt me. Verder.
En misschien is een buffeloverwinning zoals zaterdag op een team als Baros (73-60) dat ook aanspraak maakt op een top vier klassering zelfs wel ringloos en dus dubbel.....?
Perfectionisme, het idee dat iets foutloos moet zijn en dat het anders niet goed is, kreeg je in de sport vroeger eigenlijk altijd wel mee. Bij mij veranderde er iets toen ik las over een goeie jongleur die er in slaagde om zeven ballen in de lucht te houden. Natuurlijk was hem dat niet aan komen waaien; dat had hij geleerd door veel te laten vallen. (boven een tafel, dat scheelt bukken) De jongleur beschreef zijn eigen drang naar beter jongleren, het meester worden over de ballen: "Perfectioneren van jongleren met 7 ballen vormt voor mij geen prikkel meer. Dan ga ik liever met 8 aan de gang of met het invoegen van andere voorwerpen: fakkels, appels, knuffels. Perfect is dood; ik wil verder." Het word "comfortzone" bestond nog niet, gelukkig.
Epke gaat straks voor vijfvoudig. Een hogere moeilijkheidsgraad levert meer op dan een 10. Basketballen is een onvergelijkbare grootheid in alle complexiteit en groei als speler heeft veel verschijningsvormen. Soms is simpeler beter, soms is meer keuze hebben een kwelling: essentieel is en blijft fouten maken. En dat dan het liefst op een hoog niveau. Falen bestaat niet; alles is feedback. Wat geeft een misser onder vrienden nou helemaal?
We bakken dat in, op de training. Als wij schieten, dan hanteren we de "accentregel": 7 "achter elkaar maken" maar dan mag er steeds best eentje tussendoor mis. Twee missers in a row betekent dan wel terug naar nul. We hopen dat dan gevoelsmatig het accent op het ritme van het schot en de uitvoering komt te liggen en dat het resultaat daaruit juist volgt. Op het schieten en niet op het maken.
Om ook een mooi schot te krijgen met een goede aanvliegroute, belonen we dan een "swish" (ringloos) met twee punten. "Ringloos = dubbel".
Eigenlijk is het schieten weer een metafoor voor iets groters, bedacht de andere helft van onze coaching staff: onze reguliere streak in de promotiedivisie was vorige week dan gestopt tegen US op zeven maar als het bij één misser tussendoor blijft, dan is de streak volgens het principe hierboven toch nog intact? We gaan zo door, lijkt me. Verder.
En misschien is een buffeloverwinning zoals zaterdag op een team als Baros (73-60) dat ook aanspraak maakt op een top vier klassering zelfs wel ringloos en dus dubbel.....?
woensdag, januari 21, 2015
Scriptie met bijlage
We wisten natuurlijk waar Thijsje Oenema toe in staat was. We zagen ergens in 2014 haar benen in de krant beschreven. Ze schijnt last te hebben om een passende spijkerbroek te vinden; er is een directe relatie tussen power in een schaatsbeen en centimeters omtrek.

Ze heeft geen last van motivatieproblemen op schaatsgebied, nadat haar Olympische jaar vorig seizoen in de soep liep. En dat ze het, met moeite, weet te combineren met haar studie, weten we sinds dit weekend ook. Eigenlijk moest ze voor het weekend een scriptie inleveren. Nu kun je echter bij het ontwikkelen van zulke benen, wel aan je financiële studie denken, maar schrijven wordt toch lastig tijdens het squatten…..
Wegens het naderend Nederlands Kampioenschap Sprint kwam ze toch iets in tijdnood en dus wordt de scriptie vandaag ingeleverd met als bijlage de uitslag van de 500 meter van zaterdag. We mogen aannemen dat de docent over zijn hart strijkt. Je gaat de Nederlands Kampioene toch niet voor het blok zetten?
We gunnen haar, als ambitieus sporter natuurlijk een goed cijfer, we begrijpen haar afleiding en verwachten natuurlijk enige coulance van de docent. Maar als ze nou tweede was geworden, of derde? Was haar voorbereiding dan anders geweest? Verdient ze dan voor het hele proces van combineren van topsport en studie niet ook handreikingen? Zeker.
En dan even verder: al die andere ambitieuze topsporters aan universiteit en hogeschool, die eenzelfde proces doormaken? Net zulke krachtige benen hebben?
Maar geen Nederlands kampioen schaatsen worden of geen Europees kampioen dammen of niet de hele wereld verbazen aan de rekstok?
Ik zou minder in het oog springende toppers ook wel eens een kopie van het scoreformulier willen zien inleveren, als bijlage bij een tentamen.. Thijsje verdient het immers ook.
zaterdag, januari 10, 2015
Niet op de dopinglijst
De Mojo van het eerste vrouwenteam van Groene Uilen is aanzienlijk versterkt de laatste maanden. En wel hierom: Resultaten spelen een grote rol. Het gezamenlijk ervaren van positieve gevoelens helpt enorm. Dat is momentum, flow of winnaarseffect. Fijn om dit mee te maken.
En wat doet een coach eraan? Laten gebeuren. Het team doet het zelf: Bij het smeden van een teamband komen biologische aspecten boven: De drug oxytocine doet haar werk. Oxytocine is een hormoon dat bij alle zoogdieren wordt aangemaakt en uiteindelijk de soort helpt bij het voortbestaan om het zo maar te zeggen. We noemen het ook wel knuffelhormoon: bij positief onderling contact, zoals bij aankijken, aanraken, knuffelen en vrijen wordt het aangemaakt. Seksuele opwinding verhoogt de oxytocinespiegel enigszins, maar bij een vrouwelijk (clitoraal) orgasme komen grote hoeveelheden oxytocine vrij en wel meer naarmate het orgasme als beter wordt ervaren. Een hoog oxytocinegehalte wordt geassocieerd met een gevoel van vertrouwen en verbondenheid.
Het achterliggende werkingsmechanisme is waarschijnlijk dat oxytocine stress vermindert Dat is ook te merken: de verliefdheid van een van de speelsters laat haar in elk geval presteren als nooit tevoren én maakt het hele team op een grappige manier gezellig en daarmee verbonden. Oxytocine wordt al aangemaakt bij vriendelijk aankijken, immers. En het eind is nog niet in zicht.
Minder stress betekent een afremmen van het “Fight, Flight, freeze” effect en daardoor beter werkende oplossende vermogens in het brein dus meer kans op goede beslissingen en daardoor een grotere kans op winnen - bijbehorende goede gevoelens - meer oxytocine - betere band enzovoort.
Vanavond, 10 januari 2015, 20.00, de bekerwedstrijd tegen eredivisionist Dozy Den Helder. Winnen hebben we voor vanavond, ongeacht de uitslag, geherdefinieerd als “er beter, sneller, slimmer uitkomen”. En dus met meer knuffelhormoon want daarvan willen we nog steeds meer. Legale doping!
En wat doet een coach eraan? Laten gebeuren. Het team doet het zelf: Bij het smeden van een teamband komen biologische aspecten boven: De drug oxytocine doet haar werk. Oxytocine is een hormoon dat bij alle zoogdieren wordt aangemaakt en uiteindelijk de soort helpt bij het voortbestaan om het zo maar te zeggen. We noemen het ook wel knuffelhormoon: bij positief onderling contact, zoals bij aankijken, aanraken, knuffelen en vrijen wordt het aangemaakt. Seksuele opwinding verhoogt de oxytocinespiegel enigszins, maar bij een vrouwelijk (clitoraal) orgasme komen grote hoeveelheden oxytocine vrij en wel meer naarmate het orgasme als beter wordt ervaren. Een hoog oxytocinegehalte wordt geassocieerd met een gevoel van vertrouwen en verbondenheid.
Het achterliggende werkingsmechanisme is waarschijnlijk dat oxytocine stress vermindert Dat is ook te merken: de verliefdheid van een van de speelsters laat haar in elk geval presteren als nooit tevoren én maakt het hele team op een grappige manier gezellig en daarmee verbonden. Oxytocine wordt al aangemaakt bij vriendelijk aankijken, immers. En het eind is nog niet in zicht.
Minder stress betekent een afremmen van het “Fight, Flight, freeze” effect en daardoor beter werkende oplossende vermogens in het brein dus meer kans op goede beslissingen en daardoor een grotere kans op winnen - bijbehorende goede gevoelens - meer oxytocine - betere band enzovoort.
Vanavond, 10 januari 2015, 20.00, de bekerwedstrijd tegen eredivisionist Dozy Den Helder. Winnen hebben we voor vanavond, ongeacht de uitslag, geherdefinieerd als “er beter, sneller, slimmer uitkomen”. En dus met meer knuffelhormoon want daarvan willen we nog steeds meer. Legale doping!
Met hartelijke dank aan wikipedia,
Kaj
zondag, november 30, 2014
Periodiseren met de wet van Murphy
Alles wat fout kan gaan, gaat fout. En misschien is dat erg.
Je bouwt als procesbegeleider van basketbalteams door de jaren heen een eigen werkwijze op.
Bij mij - en ik denk bij de meeste teams eigenlijk wel - gaat het in grote trekken zo: vóór de zomer weten we zo veel mogelijk waar we aan toe zijn - na de zomer volgt dan een betrekkelijk rustige voorbereiding, waarbij we geleidelijk naar elkaar en naar wedstrijdvorm toegroeien - het eerste deel van het seizoen staat in het teken van de vorming van gewoontes, het drukken van stempels en het leggen van een raamwerk - de wedstrijden zijn de meetlat waarlangs het team komt te liggen - tegen het eind van de herfst proberen we onze eerste piek in conditie te halen en daarom trainen we hard en specifiek om zowel mentaal als fysiek de feestdagen te kunnen overleven - op dat niveau starten we dóór in januari en op dat zelfde niveau proberen we nog meer over onze eigen sterke punten en die van de tegenstanders in de competitie te weten te komen - aan het eind van het seizoen spelen we ons beste basketball en dan gaan we evalueren en vooruitkijken.
Tot zover de grote trekken. En dan treedt de wet van Murphy in werking. Natuurlijk weiger je te geloven dat die ook echt door het parlement komt maar het gebeurt toch.
Ik ga hier niet allemaal beschrijven wat er zoal fout kan gaan, neemt u maar van mij aan dat de wet op veel facetten van het reilen en zeilen van ons team betrekking heeft gehad.
Zoals mijn rechterhand en linkerhersenhelft Patrick Staalsmid het herkaderde: "ik geloof dat we wel kunnen zeggen dat onze periodisering op organische wijze vorm krijgt...."
Alle ongelukken, ziektes leiden tot een hechter teamverband en een betere inbedding in de vereniging hadden we niet kunnen programmeren. De opeenstapeling van wedstrijden die we nu aan het eind van 2014 met minimale bezetting gaan afwerken zorgt vanzelf voor de conditionele piek.
In de wedstrijd tegen Baros leidden de extra ongemakken van Hanne (enkel) en Esther (lichte hersenschudding) tot het precies op tijd, natuurlijk resetten van de taakgerichtheid.
Dat helpt maar teveel vertrouwen op de wet van Murphy kunnen we ook niet. Nadat de heldinnen afgelopen wedstrijd tegen Hoofddorp toch maar weer op comfortabele voorsprong waren gekomen, gingen we als coaches achterover zitten en vergaten we die laatste rust time-out nog te nemen, terwijl we eigenlijk vooruit hadden moeten denken.
En dat we na afloop van Mayella hoorden dat we niet meer op haar hoeven rekenen, wat we stiekem toch wel deden, maakte weer even heel duidelijk dat er echt nog wel meer boven ons hoofd hangt.
Je bouwt als procesbegeleider van basketbalteams door de jaren heen een eigen werkwijze op.
Bij mij - en ik denk bij de meeste teams eigenlijk wel - gaat het in grote trekken zo: vóór de zomer weten we zo veel mogelijk waar we aan toe zijn - na de zomer volgt dan een betrekkelijk rustige voorbereiding, waarbij we geleidelijk naar elkaar en naar wedstrijdvorm toegroeien - het eerste deel van het seizoen staat in het teken van de vorming van gewoontes, het drukken van stempels en het leggen van een raamwerk - de wedstrijden zijn de meetlat waarlangs het team komt te liggen - tegen het eind van de herfst proberen we onze eerste piek in conditie te halen en daarom trainen we hard en specifiek om zowel mentaal als fysiek de feestdagen te kunnen overleven - op dat niveau starten we dóór in januari en op dat zelfde niveau proberen we nog meer over onze eigen sterke punten en die van de tegenstanders in de competitie te weten te komen - aan het eind van het seizoen spelen we ons beste basketball en dan gaan we evalueren en vooruitkijken.
Tot zover de grote trekken. En dan treedt de wet van Murphy in werking. Natuurlijk weiger je te geloven dat die ook echt door het parlement komt maar het gebeurt toch.
Ik ga hier niet allemaal beschrijven wat er zoal fout kan gaan, neemt u maar van mij aan dat de wet op veel facetten van het reilen en zeilen van ons team betrekking heeft gehad.
Zoals mijn rechterhand en linkerhersenhelft Patrick Staalsmid het herkaderde: "ik geloof dat we wel kunnen zeggen dat onze periodisering op organische wijze vorm krijgt...."
Alle ongelukken, ziektes leiden tot een hechter teamverband en een betere inbedding in de vereniging hadden we niet kunnen programmeren. De opeenstapeling van wedstrijden die we nu aan het eind van 2014 met minimale bezetting gaan afwerken zorgt vanzelf voor de conditionele piek.
In de wedstrijd tegen Baros leidden de extra ongemakken van Hanne (enkel) en Esther (lichte hersenschudding) tot het precies op tijd, natuurlijk resetten van de taakgerichtheid.
Dat helpt maar teveel vertrouwen op de wet van Murphy kunnen we ook niet. Nadat de heldinnen afgelopen wedstrijd tegen Hoofddorp toch maar weer op comfortabele voorsprong waren gekomen, gingen we als coaches achterover zitten en vergaten we die laatste rust time-out nog te nemen, terwijl we eigenlijk vooruit hadden moeten denken.
En dat we na afloop van Mayella hoorden dat we niet meer op haar hoeven rekenen, wat we stiekem toch wel deden, maakte weer even heel duidelijk dat er echt nog wel meer boven ons hoofd hangt.
zondag, november 16, 2014
sync
Een veelgekozen benadering om naar het functioneren van teams te kijken is de scheikundige: Chemistry. Een beetje buskruit, bij iets PH-neutraals, met juist weer vleugje pit met een molecuul of wat van een mooie katalysator..... het mengsel verhitten, destilleren en poef! Teamverband.
Maar het kan ook langs de invalshoek van de muziek: de diverse instrumenten van drum, sax, bas, piano en wat niet al, spelen samen waarin vooral het 1,2,3,4, het ritme een rol speelt en waarin iedereen de ruimte krijgt voor interessante solo's.
Sind het begin van dit seizoen experimenteren we - nou ja, ik - ermee om een actie te beginnen net voor de derde tel van de vierkwartsmaat, door mijn gebrekkig muzikaal inzicht vertaald als net voor de JA in va-der-Ja- kob. Phil Jackson schrijft in "Eleven Rings" dat hij daar goede ervaringen mee heeft. (al citeert hij ook Thelionous Monk: "You only dig it, if you dig it, You dig?"
Toch is het grappig om jezelf bewust te zin van ritme in basketball. Toen ik laatst heren 1 van Uilen zag spelen, viel de natuurlijke sync van dat team pas op, toen er iemand binnen de lijnen kwam, die minder vaak meedoet. Zonder dat hij slecht speelde -zijn individuele rendement was zelfs wel goed te noemen- zag je toch het hele team eventjes in de war zijn. Het was maar een subtiel verschil, maar waar openkomen, aanspelen en balans vinden verder van de bal af anders klopt, klopte het nu net niet. En dan blijkt basketball toch echt een spelletje van tienden van seconden en centimeters.
De bovenstaande gewaarwording maakte dat ik de sync verhief tot norm voor het optreden van de bankspeelsters. (Uilenmeiden maakt in de promotiedivisie dankbaar gebruik van een pool bankspeelsters uit da 2,3 en 4) In de bekerwedstrijd tegen Green Eagles uit Maassluis stonden de meiden van het tweede weer op de rol. De tegenpartij mag niet aan ons ritme merken wie er niet altijd meedoet en het is fijn als de overige speelsters hun ritme niet aan jullie aan hoeven te passen.
Het is een manier van coachen die weer heel nieuwe gezichtspunten biedt. Op gevaar af dat ik het succes nu afmeet aan het resultaat van de bekerwedstrijd, (door naar de kwartfinale via 82-56 win) heb ik toch hoop voor het effect. Kunnen we onze samenwerking bespoedigen en "finetunen", door het (een) team als een orkestje samen te laten werken?
Aan het eind van dit jaar steek ik mijn licht op bij het Nationaal Coach Congres van NLCoach, met als thema: de coach als dirigent. Ik ben benieuwd.
zondag, november 02, 2014
uit en thuis en het beestje van de week
Had ik u al meegedeeld dat ik ook weer een nieuwe oude baan heb? Ik ben namelijk weer beroepschauffeur geworden in weekenddienst. Dat is één van de aspecten van het coachschap van de fine-basketball-fleur van onze studentenstad. Eindhoven, Utrecht, Hoofddorp, Maassluis, Rotterdam Woudestein, het ligt allemaal niet naast de deur. Maar daar spelen de andere promotiedivisieteams nu eenmaal. En laten we wel wezen: voor ons is het om de andere week raak en we zijn dus gewend aan trips. je zou die westerlingen moeten horen als ze de IJssel over moeten... Wij spelen eigenlijk dus nooit een uitwedstrijd. Cruijff is dat met mij eens.
De Groene Uilen maken deel uit van een mooi beestenspul: Zo spelen we tegen net zo greene Eagles, tegen Cangoeroes en het beestje van de week van afgelopen weekend was DAS, uit Delft.
Delft is duidelijk ook een studentenstad, waar ook echt een cultuur is opgebouwd, rondom de studentensport basketball. Studenten spelen bij Punch, later en eerder kunnen ze terecht bij DAS. Toon van Helfteren, de bondscoach woont daar. Hij is het prototype van de basketballliefhebber en woont nog steeds de wedstrijden van zijn dochter bij, ook al loopt die inmiddels tegen de dertig.
Maar ik had het over het reizen. - Sorry, ik ben misschien een beetje hyper maar dat is nu precies het punt en daar kom ik nu op - Mijn stelling is: Uitwedstrijden winnen is goed voor het brein.
Het meditatieve karakter van de handeling van het stuur vasthouden en het in het nu - het verkeer- zijn, maakt dat er op een positieve manier allerlei verbanden worden gelegd, dat er blijkbaar een actiebereidheid wordt opgebouwd. En dan lees je de volgende ochtend de krant en dan wil je meteen ook zo'n benen onderzoek doen als met die schaatsers maar dan over de X&O benen van basketballers en de specifieke hoeken, het zuur, de belastbaarheid en de pracht. En dan zie je overal verbanden: bij die benen die van Anice Das en het beestje van de week.... je zou het niet kunnen v
erzinnen.
Ha! Volgende week gewoon thuis....
De Groene Uilen maken deel uit van een mooi beestenspul: Zo spelen we tegen net zo greene Eagles, tegen Cangoeroes en het beestje van de week van afgelopen weekend was DAS, uit Delft.Delft is duidelijk ook een studentenstad, waar ook echt een cultuur is opgebouwd, rondom de studentensport basketball. Studenten spelen bij Punch, later en eerder kunnen ze terecht bij DAS. Toon van Helfteren, de bondscoach woont daar. Hij is het prototype van de basketballliefhebber en woont nog steeds de wedstrijden van zijn dochter bij, ook al loopt die inmiddels tegen de dertig.
Maar ik had het over het reizen. - Sorry, ik ben misschien een beetje hyper maar dat is nu precies het punt en daar kom ik nu op - Mijn stelling is: Uitwedstrijden winnen is goed voor het brein.
Het meditatieve karakter van de handeling van het stuur vasthouden en het in het nu - het verkeer- zijn, maakt dat er op een positieve manier allerlei verbanden worden gelegd, dat er blijkbaar een actiebereidheid wordt opgebouwd. En dan lees je de volgende ochtend de krant en dan wil je meteen ook zo'n benen onderzoek doen als met die schaatsers maar dan over de X&O benen van basketballers en de specifieke hoeken, het zuur, de belastbaarheid en de pracht. En dan zie je overal verbanden: bij die benen die van Anice Das en het beestje van de week.... je zou het niet kunnen v
erzinnen.
Ha! Volgende week gewoon thuis....
donderdag, augustus 21, 2014
jumpstop of... het ongemak van voortschrijdend inzicht.
Ik ben een "old school" basketballcoach. Old school betekent voor mij dat er al veel is bedacht en dat ik dat niet allemaal opnieuw hoef te doen en dat ik steeds weer iets andere accenten leg met kennis die al bestaat. Ik ga veel terug op Wooden en Wootten, Jackson & Brown, Paye en Harris maar ook op wat ik van Heger en Janbroers, van Murphy en Alberda, van Lao Tse, Sun Zsu, Alexander de Grote en Goethe heb geleerd. Altijd met een gezonde dosis van mijn eigen waarneming en eigen onderzoek.
Zo heeft mijn onderzoek over schieten me een aantal conclusies opgeleverd. Een daarvan is de volgende: Jumpshot en jumpstop gaan niet lekker samen. Deze conclusie heb ik een kleine dertig jaar geleden getrokken. We zaten op de c cursus en we bespraken dingen als plyometrie, voorspanning en potentiele energie, we lazen, discussieerden en experimenteerden op een niveau en een intensiteit, die ik daarna nooit meer heb ervaren. Of misschien moet ik zeggen dat ik de gevoelens die erbij hoorden, juist nooit meer ben kwijtgeraakt? Elke schutter, schieter, schaitert en student of the game, die ik inmiddels begeleid heb, was immers een experiment en een ervaring op zich en maakte de hele stortbak aan bewegingsanalyse weer los. De kleine en grote verbeteringen, die gerichte oefening teweegbrengen bij verschillende spelersters zijn steeds weer beloningen op zich.
Het voortschrijdend inzicht van de laatste jaren heeft er bij mij vooral toe geleid, dat ik moet proberen het aparte type spelerster ook een rol te laten spelen bij het beleven van het schieten. Basispatronen in bewegingsvoorkeuren blijken meer te verschillen dan ik vroeger dacht: er is niet eens 1 ergonomisch beste manier om iets uit te voeren. Ook een schot bij basketball niet.
Voortschrijdend inzicht op het ene vlak heeft bij zoiets als basketball - of leven- meteen weer het gevolg dat je ook op andere vlakken moet heroverwegen. Er bestaan verschillen in bewegingsvoorkeuren, dus ook verschillende schoten. Deze zienswijze betekent een nieuw onderzoek: wat zijn de echte basivoorwaarden, de natuurwetten, die wel universeel toepasbaar zijn. Het allerindividueelste is universeel?
Volgens mij begin ik maar met de aanname, dat schotritme bestaat bij de gratie van twee contacten. Wie heeft een tegenargument?
zondag, augustus 03, 2014
Inlezen
Vakantie. Heeft iets met "leeg"te maken, als ik het goed heb..Dan is er ergens een punt waar de kop leeg genoeg is geworden om weer vooruit te kunnen kijken..Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik voel dat het komt....
Dus begin ik maar eens rustig wat dingen op een rijtje te zetten voor het komende seizoen. Een nieuwe ploeg, nieuwe mensen, die ik nog maar een klein beetje ken.
Dan komt die leegte straks goed uit: de meiden, een leuke mix van meer en minder ervaren, zullen zelf hun speelveld vorm moeten geven. We kunnen alle kanten nog uit, dus als coach moet ik straks meebewegen en de ideeën bundelen.
Op een leeg speelveld is het makkelijk manoeuvreren, met aandacht voor de inbreng en de posities van de individuen en voor het belang en de richting van het hele team.
bij mij spelen boeken nog altijd een grote rol. Ik wou dus maar wat algemene dingen lezen, om zo wendbaar mogelijk te kunnen zijn. "Stuff" maar eens weer en waarom niet iets over voetbal en psychologie?
Maar ook Wooden, Carrill en Smith enne Wootten.... waar is die? Uitgeleend? Ok... die wil ik dus graag terug, kan dat? Ik heb geen idee wie hem heeft. Drop me a line? En aan wie had ik Hubie Brown ook al weer uitgeleend? Willen alle coaches die dit lezen even in hun boekenkast neuzen? Mijn naam staat er meestal wel in. Schamen hoeft niet, ik was het ook vergeten. Leeghoofd zeker?
Mede namens de vrouwen van Uilen 1, seizoen 2014-15, hartelijk dank.
zondag, maart 02, 2014
Een raar gevoel
Misschien was het wel mijn gekste wedstrijd ooit. Ik pleeg me voor te bereiden en ik pleeg mijn team voor te bereiden. En nu was ik helemaal niet voorbereid. Ik was het niet vergeten. Er stond gewoon geen wedstrijd in mijn systeem.
Normaal kijk ik altijd 1 wedstrijd vooruit. Dat had ik ook gedaan: ik wist al wel waar het accent op zou moeten liggen volgende week als we de eerste keer tegen BVG zouden spelen. Maar mijn hele wezen was ingesteld op volgende week, na de vakantie.
Om even voor zes ging de telefoon. Zoals gebruikelijk had ik hem niet in een keer. Kristian. Terugbellen dus maar. Heb Kris een dikke week niet gezien dus ben extra vrolijk aan te telefoon. "Ha die Kris! Wat kan ik voorje doen?"
Nou toch maar bij de wedstrijd komen dus. Een zeventien minuten doe ik erover bij normaal verkeer. Nu even sneller. De eerste periode was bijna over en toen begon mijn wedstrijd pas.
Ik zat nog even tussen twee parallele universa in. In het ene was een wedstrijd - in het andere niet.
Het leek alsof het team ook in zo'n soort onwerkelijke bubbel zat. Of er geen wedstrijdspanning was opgebouwd. Kris was wel scherp; ik probeerde maar zijn spoor te volgen. Het ging slecht met het team. Scoren wou niet, ook niet als de hele voorbereiding klopte. Verdedigend was het ook te aarzelend en te laat. Bij rust was de achterstand al behoorljk: 15-27.
Het team leek helden nodig te hebben en dat is meestal een veeg teken: Ik moest denken aan de Legofilm. De "gewone" bouwvakker in het legouniversum leert de echte helden zoals Batman, Gandalf en andere toppers om samen te werken. We hadden meer aan een bouwvakker dan aan would-be helden. Floor betrapte mij op het gebruik van het verboden "werk"woord.
Maar er gebuerde wel wat. De tweede helft speelde zich gelukkig weer af in een normaal universum, waar we weer op elkaar gingen letten en vooral de rebounds beter onder controle kregen. Met een serie steals uit de press, waar de tegenwoordigheid van geest van afspatte kwamen we stapje voor stapje weer terug in de wedstrijd.
De ultieme beloning kwam niet en dat was wel heel jammer: We deden wat we moesten doen maar haalden de eindstreep net niet. Volgende week hebben we weer een kans.
En die wedstrijd staat nu wel in mijn agenda.
Normaal kijk ik altijd 1 wedstrijd vooruit. Dat had ik ook gedaan: ik wist al wel waar het accent op zou moeten liggen volgende week als we de eerste keer tegen BVG zouden spelen. Maar mijn hele wezen was ingesteld op volgende week, na de vakantie.
Om even voor zes ging de telefoon. Zoals gebruikelijk had ik hem niet in een keer. Kristian. Terugbellen dus maar. Heb Kris een dikke week niet gezien dus ben extra vrolijk aan te telefoon. "Ha die Kris! Wat kan ik voorje doen?"
Nou toch maar bij de wedstrijd komen dus. Een zeventien minuten doe ik erover bij normaal verkeer. Nu even sneller. De eerste periode was bijna over en toen begon mijn wedstrijd pas.
Ik zat nog even tussen twee parallele universa in. In het ene was een wedstrijd - in het andere niet.
Het leek alsof het team ook in zo'n soort onwerkelijke bubbel zat. Of er geen wedstrijdspanning was opgebouwd. Kris was wel scherp; ik probeerde maar zijn spoor te volgen. Het ging slecht met het team. Scoren wou niet, ook niet als de hele voorbereiding klopte. Verdedigend was het ook te aarzelend en te laat. Bij rust was de achterstand al behoorljk: 15-27.
Het team leek helden nodig te hebben en dat is meestal een veeg teken: Ik moest denken aan de Legofilm. De "gewone" bouwvakker in het legouniversum leert de echte helden zoals Batman, Gandalf en andere toppers om samen te werken. We hadden meer aan een bouwvakker dan aan would-be helden. Floor betrapte mij op het gebruik van het verboden "werk"woord.
Maar er gebuerde wel wat. De tweede helft speelde zich gelukkig weer af in een normaal universum, waar we weer op elkaar gingen letten en vooral de rebounds beter onder controle kregen. Met een serie steals uit de press, waar de tegenwoordigheid van geest van afspatte kwamen we stapje voor stapje weer terug in de wedstrijd.
De ultieme beloning kwam niet en dat was wel heel jammer: We deden wat we moesten doen maar haalden de eindstreep net niet. Volgende week hebben we weer een kans.
En die wedstrijd staat nu wel in mijn agenda.
dinsdag, februari 25, 2014
zuurstok is goed voor je!
Zuurstokstraining? Al heel lang proberen we dingen te bedenken om de meiden "the extra pass" te laten geven - als dat nodig is, natuurlijk. Van alles geprobeerd, vooral er over praten en voorbeelden geven. Vorige week waren er slechts zeven vrouwen aanwezig. Er is dan gelegenheid volop om flink te rennen en een van mijn favoriete oefeningen is dan "the extra (wo)man". Twee teams van drie spelen full court tegen elkaar en eentje is the extra woman. The extra woman is er alleen voor de aanval. Je speelt altijd met 4 tegen 3. Passen naar de vierde is altijd mogelijk, niet altijd nodig.
Zo'n oefening duurt twee minuten en daarna ben je kapot.
Het is altijd even de vraag hoe je de teams maakt: in dit geval was het makkelijk: drie witten, drie zwarten en Anouk had een knalroze shirt aan. Precies.
Al in de eerste run ging er een lichtje op, iedereen is zuurstok geweest en nog kregen ze er niet genoeg van. Er gloort hoop voor de "extra pass" nu die andere vijf, die hier helemaal niks van begrijpen, nog een keer aan de zuurstok zien te krijgen.
Zo'n oefening duurt twee minuten en daarna ben je kapot.
Het is altijd even de vraag hoe je de teams maakt: in dit geval was het makkelijk: drie witten, drie zwarten en Anouk had een knalroze shirt aan. Precies.
Al in de eerste run ging er een lichtje op, iedereen is zuurstok geweest en nog kregen ze er niet genoeg van. Er gloort hoop voor de "extra pass" nu die andere vijf, die hier helemaal niks van begrijpen, nog een keer aan de zuurstok zien te krijgen.
zaterdag, februari 08, 2014
To the sky and beyond
Nou, 't is open.
Als u het mij vraagt: overdreven toustand. Laten we maar gaan schaatsen.
Vorig jaar, bij de voorbereidingen van de Noorderlinkdagen, leerde ik dat er een apart vak is: congresarchitect. In elk geval bestaan er dus ook openingarchitecten of zou het toch een uit de hand gelopen hobby zijn..?
Ik ben heel benieuwd wie de Albert Speer van de opening van Sotsji is. Hij (hij is geen vrouw, lijkt me..)
Iemand die mee kreeg dat de sky the limit was, en dan bij elk megalomaan voorstel ook nog te horen kreeg: mag het iets meer zijn? The sky and beyond.....
Mijn dochter van bijna twaalf hoorde bij de doelgroep, zoveel is zeker... De volgende keer wou ze wel meedoen: "kun je je gewoon als vrijwilliger voor opgeven, hoor!"
Erma keken we gezamenlijk naar een romantische sportfilm. Leerzaam, en de sportactiviteiten waren niet eens zo heel tenenkrommend in beeld gebracht... Indiaas meisje in Engeland wil voetballen: mag niet, wil de voetbalcoach, wat ook niet mag en het komt goed. Je kent het genre wel.
Met name het gezamenlijke loopwerk van het team van leuke sportieve meiden met alle kleuren van de regenboog, was een choreografie die ik veel liever zag.
Nog leuker: de warming up van mijn eigen meiden, zometeen. Daar laat ik zelfs Svens 5000 voor schieten. Sport is toch het allerleukst van dichtbij.
Abonneren op:
Posts (Atom)










